U bevindt zich op: Home › Het kabinet
Het kabinet heeft op 25 maart 2009 'Werken aan toekomst' gepresenteerd, een aanvullend beleidsakkoord bij het coalitieakkoord 'Samen werken, samen leven' uit 2007. Het beleidsakkoord bevat maatregelen om de economische crisis het hoofd te bieden. Hieronder vindt u de volledige tekst.
Werken aan toekomst, een aanvullend beleidsakkoord bij 'samen werken, samen leven'.
De mondiale economische crisis stelt de Nederlandse samenleving voor een
grote opgave. De gevolgen zijn groot en acuut. Veel Nederlanders zullen dat
helaas aan den lijve ondervinden. Banen en inkomenszekerheid staan op het
spel, bedrijven hebben het moeilijk en de staatsschuld loopt in snel tempo
op. Voor het kabinet heeft in deze omstandigheden herstel van werk,
bedrijvigheid en soliditeit absolute prioriteit, in de context van behoud van
sociale samenhang.
In dit kader heeft het kabinet intensief overlegd met de werknemers en
werkgevers, verenigd in de Stichting van de Arbeid: solidariteit van
werkenden met niet-werkenden en gepensioneerden, solidariteit van de
collectieve sector met de marktsector en solidariteit tussen generaties
(lange termijn).
In de wetenschap dat Nederland alleen de mondiale recessie niet kan opheffen, is de afgelopen weken daarom indringend gesproken over maatregelen om de gevolgen voor huishoudens en bedrijven te dempen. En over de ambitie voor de toekomst: nu de kansen benutten voor een duurzame en innovatieve economie. Nadrukkelijk zijn de morele vragen als gevolg van de recessie eveneens onder ogen gezien. Het gaat om het herstellen van doorgeschoten onevenwichtigheden, met name in de financiële sector en in het beloningsbeleid, en om het moreel versterken van de samenleving. Ook in dat opzicht is nieuw perspectief nodig en mogelijk.
Dit alles heeft geresulteerd in een op het coalitieakkoord aanvullend beleidskader:
1. De mondiale economie is hard getroffen door de kredietcrisis. De wereldhandel is ingeklapt, een diepe recessie het resultaat. Dit heeft onvermijdelijk zware gevolgen voor open economieën, en zeker wanneer deze een grote financiële sector hebben zoals de Nederlandse. Een recessie in 2009 met een krimp van -3½%-punt BBP is het gevolg. In 2010 kan beperkt herstel optreden, maar vooralsnog wijzen de cijfers op een kleine krimp. De cijfers zijn meer dan ooit met grote onzekerheden omgeven.
2. De werkloosheid in ons land zal naar verwachting ongekend snel oplopen van 304 duizend in 2008 tot 675 duizend in 2010 (bijna 9% van de beroepsbevolking). Bedrijven staan onder zware druk, de productie in de marktsector is hevig gedaald. De overheidsfinanciën verslechteren fors: van een overschot van 1% in 2008 naar een tekort van meer dan 5,5% in 2010, de staatsschuld is in 2008 in één jaar tijd van 42% naar circa 58% BBP gestegen, en stijgt bij ongewijzigd beleid (inclusief de maatregelen getroffen voor de financiële sector) richting 80% BBP in 2016. De hogere staatsschuld leidt tot extra rentelasten die moeten worden gedekt. De lange termijn houdbaarheid van de overheidsfinanciën in het zicht van de vergrijzing komt sowieso extra in het gedrang en dient te worden opgevangen.
3. De crisis zal voelbaar zijn voor mensen. Velen zullen geraakt worden, gezinnen, jongeren, mensen die hun baan verliezen, ondernemers die in de problemen komen, gepensioneerden. De onzekerheid raakt iedereen. Daarom stelt het kabinet behoud en herstel van zekerheid en perspectief voorop. De zekerheid dat het financiële systeem blijft draaien, dat er bedrijvigheid is en blijft, dat er bij verlies van werk scholing en nieuw werk tegenover staan. De zekerheid dat in de moeilijke jaren wordt geïnvesteerd in publieke voorzieningen. De zekerheid dat de overheidsfinanciën op orde worden gebracht. En de zekerheid dat essentiële publieke voorzieningen als zorg, pensioenen, onderwijs en sociale zekerheid ook in de toekomst beschikbaar en betaalbaar blijven. Dat vraagt van ons allemaal de bereidheid om in de jaren van recessie een bijdrage te leveren, waarbij de sterkste schouders ook de zwaarste lasten dragen.
4. De crisis is wereldwijd. Ook de oplossingen moeten voor een belangrijk deel in internationaal verband tot stand komen. Een grote inspanning is nodig om het vertrouwen terug te brengen in het internationale financiële systeem. En door intensieve samenwerking moet worden voorkomen dat de inspanningen van regeringen om banen te behouden, uitmonden in een verstoring van de Europese interne markt of een verdere inkrimping van de wereldhandel. Hier ligt een rechtstreeks verband met het Nederlandse groeipotentieel. Ook wil Nederland voorkomen dat internationale doelen onder druk zouden komen, zoals de bestrijding van diepe armoede in grote delen van de wereld, de duurzaamheid van onze planeet, internationale vrede en veiligheid. De deelname van Nederland aan de extra G20- en Europese toppen zijn mede in dat licht te bezien.
5. In het besef dat Nederland, met zijn open economie, de gevolgen van de financiële crisis en van de economische recessie niet buiten de deur kan houden, en niet met binnenlandse bestedingen de wereldrecessie kan opheffen, staat het kabinet voor de vraag de opgaven als gevolg van financiële crisis en economische recessie te beantwoorden.
6. Uitdaging daarbij is de recessie niet te verlengen of verdiepen, maar bij te dragen aan 'trek in de schoorsteen', en te werken aan structureel herstel van de overheidsfinanciën. In de jaren dat de economie krimpt, wordt er per saldo niet bezuinigd; in de jaren van herstel worden per saldo de lasten niet verzwaard. Direct met intredend economisch herstel, start ook het herstelpad voor de overheidsfinanciën.
7. Die opgave vergt een structurele aanpak gericht op herstel en toekomst. Velen zullen langere tijd de gevolgen ondervinden van de recessie; de Nederlandse economie zal vermoedelijk voor een aantal jaren een lagere groei kennen.
8. Dat betekent - voor de korte termijn - het trendmatig begrotingsbeleid zijn werk laten doen, door middel van de automatische stabilisatoren de begroting laten mee-ademen met de conjunctuur, de overheidsuitgaven op peil houden en de consumptie stimuleren. Dit kan betekenen dat in 2009, 2010 en 2011 de werking van de automatische stabilisatoren wordt versterkt en het begrotingsbeleid daarvoor tijdelijk wordt aangepast. In economisch opzicht is dit het meest verstandige wat het kabinet nu kan doen. Behalve noodzakelijk is deze aanpak ook verantwoord, mits we werken aan solide overheidsfinanciën en daar de komende jaren aan beginnen.
9. Werken aan de solide overheidsfinanciën vergt dat het kabinet in deze kabinetsperiode - waartoe de begrotingsjaren 2011 en 2012 behoren - zichtbare stappen neemt. In die jaren wordt met maatregelen het herstel richting begrotingsevenwicht ingezet. Tot slot dient het vanwege de recessie opgelopen grotere z.g. (lange termijn) 'houdbaarheidstekort' te worden opgelost.
10. De structurele problemen zoals het energie-, klimaat- en duurzaamheidvraagstuk en de vergrijzings- en arbeidsmarktproblematiek vergen onverminderd een antwoord, ook nadat er sprake is van enige conjunctureel herstel. De crisis en recessie hebben immers geen gewoon karakter. Het gaat om conjuncturele neergang verscherpt door nieuwe schaarste (energie, grondstoffen) en nieuwe beperkingen (klimaat en water), die door onverantwoorde risico's en een abrupte vertrouwensbreuk in het financieel systeem in een ongekende en wereldwijde vraaguitval en daardoor terugval van handel en bedrijvigheid resulteert. Dit uitzonderlijke karakter dient evenzeer de aanpak van het kabinet te bepalen.
11. De uitdaging waar Nederland voor staat, is de gevolgen van de crisis goed op te vangen en er zo sterk mogelijk uit te komen. Meer concreet betekent dit:
12. Deze crisis gaat over meer dan alleen geld. Stevige antwoorden op
de opgaven die de recessie stelt, moeten ook perspectief bieden op
versterking van de waarden en normen in de samenleving. De oorzaken van de
recessie aanpakken betekent immers ook de samenleving moreel versterken. Het
gaat in de eerste plaats om het herstellen van doorgeschoten
onevenwichtigheden die met name in de financiële sector zijn ontstaan.
13. De morele agenda gaat ook over de balans in onze economie. Die
balans kunnen we niet alleen herstellen met beter toezicht op de banken en
aanjagen van de werkgelegenheid. Onze samenleving moet op cruciale punten -
zoals onderwijs, duurzame energie, mobiliteit en onze binnensteden -
structureel versterkt worden. Zo kan Nederland beter voorbereid op de
toekomst uit deze crisis komen. Alleen dan zorgen we ervoor dat we naast deze
kredietcrisis, ook de dreigende klimaat- en energiecrisis afwenden.
14. Een noodzakelijke voorwaarde is dat de opgaven door de hele
samenleving worden opgepakt: rijksoverheid en medeoverheden, burgers en
bedrijven, sociale partners, maatschappelijke organisaties. En dit alles ook
nadrukkelijk in Europees en internationaal verband. We kunnen noch willen
deze opgaven als kabinet alleen oppakken. We zoeken nadrukkelijk de
samenwerking met alle actoren in onze maatschappij die met ons de
verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen voor het herstel van werk,
bedrijvigheid en soliditeit.
15. Het is van belang de stimulering van de economie dit en volgend jaar
samen met de mede-overheden vorm te geven. Met medeoverheden wordt thans
overlegd over de afstemming van stimuleringsmaatregelen, het versnellen van
procedures, de aanpak en opvang van werkloosheid en het bevorderen van
maatschappelijke participatie. De inventarisatie tot nu toe is veelbelovend.
Gemeenten en provincies zullen in 2009 en 2010 naar schatting voor ca 1 ½ mrd
aan eigen stimuleringen vormgeven. In het bestuurlijk overleg van 1 april as.
zullen concrete afspraken hierover worden vastgelegd. De accressystematiek
zal voor 2009 en 2010 niet van toepassing worden verklaard. Het kabinet zal
inzetten op het vermijden van stijging van lokale lasten tenminste in beide
jaren.
16. De komende tijd zullen vanuit het kabinet nadrukkelijk de
mogelijkheden worden verkend om institutionele beleggers waaronder
pensioenfondsen en andere private partijen in publiek-private
samenwerkingsverbanden te betrekken bij investeringen, in infrastructuur en
anderszins.
17. Het kabinet heeft met sociale partners gesproken over de
mogelijkheden voor een akkoord. Ankerpunten hierbij zijn een evenwichtige
inkomensontwikkeling door solidariteit van werkenden met niet-werkenden en
gepensioneerden, solidariteit van de collectieve sector met de marktsector,
en solidariteit tussen generaties (lange termijn). Sociale partners kunnen
door afspraken over loonontwikkeling bijdragen aan behoud en eerlijke
verdeling van werk, en het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie
zodat wij gelijk kunnen aanhaken bij en optimaal profiteren van herstel van
de wereldhandel en de bedrijvigheid. Het kabinet draagt met een forse
stimuleringsimpuls, het opvangen van de stijgende werkloosheid en het
maximaal faciliteren van scholing, behoud en herstel van werkgelegenheid bij
aan het verzachten van de impact van de crisis in de arbeidsmarkt. De
minister van SZW zal de resultaten van het overleg in een brief aan de Tweede
Kamer neerleggen.
18. Gerichte stimuleringen op korte termijn (paragraaf II), herstel van
soliditeit vanaf 2011 (paragraaf III), en hervormingen ter versterking van
concurrentievermogen en houdbaarheid op lange termijn paragraaf IV) zijn
onverbrekelijk met elkaar verbonden.
19. Onmiddellijk na het uitbreken van de financiële crisis en de
doorwerking daarvan in de economie heeft het kabinet vanaf oktober de
maatregelen getroffen die nodig waren om het financieel systeem overeind te
houden (kapitaalinjecties, aandelenovernames), bedrijvigheid op gang te
houden (kredietfaciliteiten en liquiditeit) en een adempauze te scheppen in
de arbeidsmarkt (mobiliteitscentra en werktijdverkorting).
20. In de begroting van 2009 had het kabinet bovendien reeds maatregelen
voorgesteld gericht op lastenverlichting en een werkgelegenheidsakkoord met
sociale partners.
21. Al met al is reeds een forse injectie gegeven: ruim 80 miljard is in
de financiële sector geïnjecteerd zodat voor burgers en bedrijven hun
betalingsverkeer, spaartegoeden en kredietverlening is veilig gesteld, en
voor 200 mrd is in een garantiestelling voorzien; en in 2009 en 2010 wordt
meer dan 50 miljard aan de economie toegevoegd doordat het
begrotingsoverschot omslaat in een begrotingstekort (z.g. automatische
stabilisatoren).
22. Het gaat hierbij evenwel slechts om eerste maatregelen om de
onmiddellijke gevolgen van de financiële crisis en van de economische
recessie af te zwakken. Zij vormen geen structurele aanpak voor herstel.
23. Binnenlandse bestedingen zullen de wereldeconomie niet herstellen. Een algemeen pakket ter stimulering van de economie en de bestedingen sorteert onvoldoende effect. De werking van de 'automatische stabilisatoren' in het begrotingsbeleid, stimuleert daarentegen de economie al in niet geringe mate. Bij de geraamde tekorten in 2009 en 2010, gaat het om een bedrag van meer dan 50 miljard. Aanvullende stimulering is daarom vooral zinvol indien het om de tijdelijke (2009- 2010) en gerichte maatregelen, inclusief omvorming van bestaande uitgaven of lasten, zodanig dat het rendement daarvan voor groei, innovatie, duurzaamheid en werkgelegenheid toeneemt. Dit in de wetenschap dat de doorwerking van de instorting van de wereldhandel en de kredietschaarste zich in verschillende sectoren van de economie zeer verschillend vertalen. Maatregelen moeten daarom 'tijdig, tijdelijk en trefzeker' zijn.
24. In moties van de Tweede Kamer zijn invalshoeken genoemd
voor mogelijke stimulering. De motie Slob vraagt om versnelling
van geplande overheidsinvesteringen. De motie Van Geel vraagt om het naar
voren halen van uitgaven met een positief effect op economie en het
achterstellen van uitgaven die dat niet hebben. De motie Hamer vraagt om een
structurele impuls teneinde de economie innovatief, duurzaam en
concurrentiebestendig te maken. De motie Halsema/Hamer vraagt om maatregelen
voor een duurzame economie.
25. Op grond van deze verschillende overwegingen wordt onderstaand
stimuleringspakket voorgesteld. Dit wordt voor een deel (incidenteel) gedekt
conform de moties Van Geel en Slob. Op hoofdlijnen is het stimuleringspakket
gericht op vier elementen.
26. De additionele uitgaven voor WW en WWB vormen eveneens aanvullende stimulering, nu voor de hogere uitgaven daarvoor in deze jaren geen compenserende bezuinigingen worden gevraagd. Zoals eerder opgemerkt, zullen de gemeenten en provincies ook stimuleringsmaatregelen nemen.
Tabel 1:
Stimuleringen 2009-2010 als onderdeel Aanvullend Beleidskader
2009-2015 (pdf)
27. Bovenstaand pakket is deels samengesteld uit versnelling die in
latere jaren tot besparing (dekking) leidt. Naast extra uitgaven ter
stimulering van de economie wordt ook concreet invulling gegeven aan
-meestal- FES-middelen bestemd voor maatschappelijke innovatie, grootschalige
researchprojecten/leraren, de innovatieagenda energie en het verlengen van
aflopende innovatieprojecten. In totaal geeft het kabinet, naast de middelen
uit het stimuleringspakket, hiermee een impuls van bijna 900 mln. aan de
innovatiekracht van Nederland.
28. De niet budgettaire stimulering betreft:
29. Het kabinet heeft een ambitieuze agenda om de regeldruk voor de
ondernemers merkbaar te verminderen. De huidige crisis maakt het des te
noodzakelijker hieraan met kracht verder te werken: een verdere vermindering
van regeldruk ondersteunt de flexibiliteit en veerkracht van bedrijven die
nodig is om versterkt uit de crisis te komen.
Het kabinet zal daarom een aantal aanvullende maatregelen nemen om bedrijven
meer ruimte te geven om te ondernemen. De maatregelen hebben te maken met de
arbeidsmarkt, met bouwactiviteiten en inrichting van de ruimte en
-tenslotte- met verdere doorvoering van een 'high trust'-benadering:
Het kabinet zal zich er voorts sterk voor maken dat ook de gemeentelijke overheid (afschaffen exploitatievergunningen, eenvoudiger vergunningverlening) en de EU (grensoverschrijdend e-factureren) de regeldruk voor bedrijven additioneel helpt verlichten.
30. In Nederland zal naar verwachting in korte tijd de
overheidsschuld met 130 mld. oplopen, 80 mld. in verband met de ondersteuning
van het financieel systeem [noot 1: Wel moet worden bedacht dat ruim
de helft (44 mrd) een lening is die moet worden terugbetaald. Tegenover de
additionele schuld staat bezit.] en 50 mld. als gevolg van het
oplopend overheidstekort in 2009 en 2010. De gebruikte miljarden waren
gespaard om de komende twintig jaar onze collectieve voorzieningen (zorg,
pensioenen, onderwijs, sociale zekerheid) betaalbaar en hoogwaardig te
houden. Geld bestemd voor de toekomst is noodgedwongen hier en nu gebruikt.
Als gevolg van de oplopende schuld zal de rente die betaald moet worden ook
steeds hoger zijn. Verwaarlozing van de overheidsfinanciën betekent niet
alleen naar de toekomst doorgeschoven rekeningen, maar ook afnemende
kredietwaardigheid van de overheid. Dat vertaalt zich in hogere rentekosten
en afnemen van buitenlandse en particuliere investeringen.
31. Bij dit alles dient onderkend te worden dat de overheidsfinanciën
ook zonder crisis al onder druk stonden van de groeiende last van vergrijzing
en de noodzaak reserves te kweken om de continuïteit van publieke
voorzieningen, sociale zekerheid en pensioenen te verzekeren. In die zin
vormt de besluitvorming over herstel van solide overheidsfinanciën en
begrotingsevenwicht ook een keuze voor behoud van essentiële voorzieningen
van de verzorgingsstaat. Dat is een kwestie van solidariteit tussen
generaties.
32. Geloofwaardig begrotingsbeleid en een betrouwbaar herstel van
evenwicht tussen inkomsten en uitgaven zal meerdere jaren vergen. Het
Stabiliteits- en Groeipact biedt daarbij een geloofwaardig houvast ("Landen
die een buitensporig tekort hebben, moeten met ½ % BBP punt per jaar het
conjunctuurgeschoonde saldo exclusief eenmalige maatregelen verbeteren",
richting de "medium term objective" die de Europese Commissie voor Nederland
vaststelt).
33. Met het intreden van economisch herstel committeert Nederland zich
aan een verbetering van het structurele saldo van tenminste 0,5% punt BBP per
jaar. Dit vergt dus met name structurele, economie-versterkende maatregelen
aan de uitgavenkant die bijdragen aan het herstel van begrotingsevenwicht.
Een hogere aanpassingsinspanning zal worden gedaan in economisch goede
tijden. Indien in enig jaar inkomstenmeevallers ontstaan ten opzichte van de
coalitieafspraken worden deze gereserveerd voor extra staatsschuldreductie.
Deze afspraken worden wettelijk verankerd en dienen aan het begin van iedere
kabinetsperiode meerjarig te worden vastgelegd.
34. Dit kabinet is niet alleen verantwoordelijk voor de Voorjaarsnota
2009 en de ontwerpbegroting 2010. Dit kabinet zal eveneens de
ontwerpbegroting 2011 indienen en de voorbereiding van de ontwerpbegroting
2012 ter hand moeten nemen. Derhalve dient reeds in deze kabinetsperiode,
vanaf 2011, te worden begonnen met een verbetering van het structurele saldo
met tenminste 0,5% punt BBP per jaar. Een dergelijke verbetering dekt daarmee
tevens de rentekosten van de hogere - noodzakelijkerwijze te aanvaarden -
tekorten in 2009 en 2010.
35. Tijdens de jaren dat de economie krimpt, wordt er per saldo niet
bezuinigd; in de jaren van herstel worden per saldo de lasten niet verzwaard.
Bij de huidige inzichten ligt de omslag van krimp naar herstel in 2011. Het
pad naar herstel van overheidsfinanciën wordt aldus gelijk ingezet.
36. De begrotingsregels en -kaders worden deze kabinetsperiode
gehandhaafd, met dien verstande dat met het oog op versterkte werking van de
automatische stabilisatoren de kaders voor het saldo van mutaties
werkloosheids- (ww- en wwb-) uitgaven en ruilvoet in 2009, 2010 en 2011 ten
opzichte van de Miljoenennota 2009 worden gecorrigeerd.
37. Dit betekent dat de overige uitvoeringstegenvallers en overige mee-
en tegenvallers bij voorjaarsnota structureel worden gedekt.
38. In de begroting 2011 wordt dit vertaald met twee componenten. De
eerste component is de doorwerking van een akkoord van sociale partners op
lonen en uitkeringen in de collectieve sectoren vanuit een gedachte van
solidariteit van de collectieve sector met de marktsector, met mensen die hun
baan hebben verloren (of dreigen te verliezen) en met gepensioneerden. Een
besparing ad 3,2 mrd (op basis van de veronderstelling: lopende CAO's worden
ongemoeid gelaten en nieuwe CAO's worden op nominaal nul gezet) uit dien
hoofde wordt via de ruilvoet ten gunste gebracht van het EMU-saldo. Indien
een dergelijk akkoord niet of niet zo tot stand komt, zal het kabinet, mede
in zijn rol als overheidswerkgever, op enigerlei wijze vanuit de collectieve
sector bijdragen aan voornoemde solidariteit.
De tweede component ad 1,8 miljard komt ongeveer overeen met de rentekosten
van de hogere EMU-tekorten in 2009 en 2010. Het kabinet acht het van belang
om uit oogpunt van het beperken van de belasting van de toekomst, en gegeven
de onvermijdelijkheid om de hogere tekorten in 2009 en 2010 te aanvaarden,
tenminste deze kosten te dekken. De dekking ad 1,8 miljard wordt gevonden in
een taakstelling, in te vullen in de ontwerpbegroting 2010, met ingang van
het jaar 2011 en met structurele doorwerking, in de vorm van een combinatie
van verlagen van groei van uitgaven en herprioritering.
39. Bovenstaande afspraken worden nu gemaakt en genoemde invulling wordt
thans, in Voorjaarsnota 2009 en ontwerpbegroting 2010, belegd, onder de
veronderstelling dat het jaar 2011 weer economische groei vertoont. Het
kabinet heeft in het voorjaar 2010 een weegmoment.
Is er krimp groter dan -0,5% dan zal het kabinet het tijdelijke
stimuleringspakket van 3 mrd in 2010 naar 2011 doortrekken, onderdeel hiervan
is dat de hierboven bedoelde maatregelen ingaan en worden teruggesluisd voor
1,8 mrd;
Is de groei tussen -0,5% en +0,5% dan gaan de bedoelde maatregelen in en
worden teruggesluisd in een tijdelijk stimuleringspakket van dezelfde omvang
(1,8 mrd).
Is de groei +0,5% of hoger, dan wordt het tijdelijk stimuleringspakket 2010
niet naar 2011 doorgetrokken en gaan de bedoelde maatregelen in 2011 in.
40. Stevige antwoorden op deze opgaven bieden ook een nieuw perspectief. De recessie kan worden benut om de economie te vernieuwen en collectieve voorzieningen beter houdbaar te maken, maar ook om de samenleving moreel te versterken.
41. Het gaat in de eerste plaats om het herstellen van doorgeschoten
onevenwichtigheden die met name in de financiële sector zijn ontstaan. Het
wegnemen van perfide korte termijn prikkels, duurzaam gedrag stimuleren en
beter toezicht organiseren, zullen de basis vormen voor de herinrichting van
de sector zelf en de overheidscontrole daarop. Concrete maatregelen in dit
verband worden nader uitgewerkt en betreffen onder andere het versterken van
(Europees) toezicht op verkeerde prikkels, de versnelde introductie van de
maatschappelijke onderneming, wettelijk verankerde governance eisen aan
bestuurders en toezichthouders, herijking het belang van aandeelhouders
versus overige stakeholders, verder werken aan maatschappelijk verantwoord
ondernemen, en recht doen aan de positie van werknemers.
42. Bijzondere vermelding in dit verband verdient het doorgeschoten
beloningenbeleid. De maatschappelijke onvrede over de beloningscultuur richt
zich met name tot de financiële sector. In de hele sector, maar zeker bij de
financiële instellingen die financiële steun van de overheid ontvangen of
door de overheid zijn overgenomen, dient een cultuurverandering plaats te
vinden ten aanzien van het beloningsbeleid. De primaire verantwoordelijkheid
voor het beloningsbeleid en de beloningen van bestuurders van financiële
instellingen ligt bij de raad van commissarissen en in het verlengde daarvan
de aandeelhouders. Specifiek voor de door de overheid gesteunde instellingen
in de financiële sector zullen echter maatregelen worden genomen die erop
zijn gericht dat aan de top van die ondernemingen geen variabele beloningen
worden toegekend (en vertrekregelingen worden beperkt), zolang nog geen nieuw
en duurzaam beloningsbeleid van kracht is dat is goedgekeurd door de door de
overheid voorgedragen commissarissen. De raad van commissarissen krijgt de
bevoegdheid de waarde van een in een eerder boekjaar toegekende
voorwaardelijke variabele bezoldigingscomponent beneden- of bovenwaarts aan
te passen, wanneer deze naar zijn oordeel tot onbillijke uitkomsten leidt
vanwege buitengewone omstandigheden (crisis) in de periode waarin de vooraf
vastgestelde prestatiecriteria zijn of dienen te worden gerealiseerd. De raad
van commissarissen krijgt tevens de bevoegdheid de variabele bezoldiging die
is toegekend op basis van onjuiste (financiële) gegevens terug te vorderen
van de bestuurder (claw back clausule). Indien dat onvoldoende blijkt, zal in
kabinetsverband worden bezien welke wettelijke (en/of fiscale) maatregelen
mogelijk zijn om alsnog matiging van beloningen bij de gesteunde instellingen
af te dwingen.
Voor de sector als geheel zullen de toezichthouders DNB en AFM in hun
toezicht nadrukkelijker aandacht gaan besteden aan beloningstructuren bij
financiële instellingen. Er zal voorts een zwaar beroep gedaan worden op de
bestuurders en branchevertegenwoordigers om een ommekeer te maken in de te
royale (variabele) beloningen die bij hun ondernemingen veelal worden
toegekend. Indien dat onvoldoende effect heeft zullen nieuwe initiatieven
worden overwogen.
43. Ook de doorwerking van de financiële crisis in maatschappelijke
sectoren zoals het onderwijs, volkshuisvesting, de zorg vragen onze aandacht.
In algemene zin zullen de inrichting van toezicht op (verkeerd) gedrag en
(verkeerde) prikkels worden bezien. In dit verband zullen concrete
maatregelen door het kabinet worden uitgewerkt.
44. In de motie Hamer c.s. is het kabinet verzocht om samenhangende voorstellen te doen voor een structurele impuls om de Nederlandse economie innovatief, duurzaam en concurrentiebestendig voor de toekomst te maken. In het licht daarvan zal het kabinet op een aantal terreinen zoals duurzaamheid (inclusief Deltafonds), kennis (onderwijs en innovatie) en stedelijke vernieuwing een versnelling realiseren.
45. Houdbare overheidsfinanciën betekenen dat de voorzieningen kunnen
meegroeien met de welvaart zonder dat in de toekomst de belastingen moeten
worden verhoogd. Bij een gemiddeld steeds ouder wordende bevolking is dit met
name van belang voor bepaalde overheidsvoorzieningen, zoals de zorg en de
AOW.
46. Het gaat er om dat burgers er vertrouwen in kunnen hebben dat
belangrijke collectieve voorzieningen ook over een langere periode
kwalitatief hoogwaardig en goed toegankelijk zijn. Werken aan morgen en
overmorgen, schept ook vertrouwen in vandaag, en is daarmee onlosmakelijk
verbonden met werken aan herstel.
Het kabinet zet in deze context in op die maatregelen die perspectief
bieden voor inhoudelijke doelen: versterking van arbeidsparticipatie en
kennis en houdbaarheid van de zorg. Tegenover de snel gestegen werkloosheid
in de recessie blijft staan dat de Nederlandse arbeidsmarkt structureel kampt
met krapte, vooral in zorg en onderwijs.
Het aandeel van de zorg in de economie is de afgelopen decennia gestaag
gestegen. Het kwalitatief hogere en kwantitatief grotere aanbod van zorg is
een groot goed. Deze stijging vertaalt zich in onmiddellijke stijging van
lasten voor burgers en bedrijven, en heeft tevens economische
verdringingseffecten. Toegankelijke en betaalbare zorg is zonder maatregelen
op lange termijn geen vanzelfsprekendheid.
47. Het z.g. houdbaarheidspakket, waarvan de vormgeving en invoering in
deze kabinetsperiode wordt vastgelegd, bestaat derhalve uit de volgende
elementen:
Tabel 2: Houdbaarheid overheidsfinanciën (pdf)
48. Dit pakket is mede gebaseerd op de overweging dat de
eerstgenoemde twee elementen het meest direct te relateren zijn aan de z.g.
vergrijzingproblematiek. Voorts hebben de elementen een intrinsieke
overweging. Verhoging van de AOW leeftijd kan bijdragen aan het oplossen van
de door de recessie veroorzaakte pensioenproblematiek; het voorkomt dat de
rekening daarvan eenzijdig bij de thans (bijna-) gepensioneerden terecht
komt. Maatregelen in de zorg dragen bij aan het beperken van de algemene
stijgingen van lasten voor burgers en bedrijven, die voor een groot deel op
het conto van stijging van zorgpremies zijn te schrijven. De EWF maatregel
bewerkstelligt dat hogere inkomens c.q. meer-vermogenden bijdragen aan de
lange termijn houdbaarheid van de collectieve voorzieningen, zonder dat de
fundamentele regelingen rond het eigen woningbezit worden aangetast.
49. De omvang van het pakket beloopt daarmee 1,3% BBP. Schattingen van
de (potentiële) verslechtering van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën
als gevolg de financiële en economische crisis lopen uiteen. Deze omvang ad
ca 1,3% als gevolg van structurele maatregelen is in de ogen van het kabinet
noodzakelijk en verdedigbaar indien de doorwerking van de afspraken over 2011
en volgende jaren voor tenminste 0,5% bijdragen aan verbetering van de
houdbaarheid, en er geen overige - bedoelde of onbedoelde - negatieve
houdbaarheidseffecten optreden.
50. In onderstaande tabel worden de budgettaire opgaven (in € mrd)
vertaald met het oog op de over enige tijd in te dienen Voorjaarsnota 2009,
en de komende ontwerpbegroting 2010, alsmede met het oog op de
begrotingsjaren 2011 en 2012.
51. Onderstaande tabel richt zich op de voorjaarsnota 2009 en
ontwerpbegroting 2010 met meerjarige doorwerking. Deze doorwerking verzekert
dat in het begrotingsjaar 2011 begonnen wordt met de verbetering van het
structurele EMU-saldo met 0,5% punt BBP.
Tabel 3:
Aanvullend beleidskader 2009-2015: budgettaire paragraaf Voorjaarsnota 2009 -
Ontwerp begroting 2010 (in mrd euro) (pdf)
52. Het kabinet zal bovenstaande maatregelen nader uitwerken in de
Voorjaarsnota 2009 en in de Miljoenennota 2010.