Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Het kabinet

Hoofdlijnen van beleid

Dit hoofdstuk beschrijft de hoofdlijnen van het kabinetsbeleid op basis van de Miljoenennota 2009.

In 2009:

  • investeert het kabinet in onderwijs, wijkverbetering, veiligheid en werkt aan een duurzaam Nederland, waarin iedereen meetelt. Het voert daarmee de ambities uit het Coalitieakkoord onverkort uit, ondanks de economisch onrustige tijden;
  • bestrijdt het kabinet de inflatie (prijsstijging) en ondersteunt daarmee de koopkracht. De btw-verhoging gaat niet door;
  • stimuleert het kabinet de arbeidsparticipatie. Het kabinet is bereid de WW-premies voor werknemers tot nul terug te brengen in de context van gesprekken met de sociale partners over verantwoorde loonontwikkeling en andere structurele versterkingen van de economie. Het kabinet introduceert een bonus voor mensen die na hun 62e blijven doorwerken;
  • stimuleert het kabinet innovatie en winstgevendheid van het bedrijfsleven. De lasten voor bedrijven worden verlicht en de administratieve lastendruk wordt verminderd.

Nederland goed voorbereid op economische omslag

Wereldwijde onzekerheid ...

De internationale economische onrust gaat niet aan Nederland voorbij. Na jaren van wereldwijde hoge economische groei vindt nu een afkoeling plaats. De hoge groei was voor een belangrijk deel te danken aan het feit dat opkomende economieën als China en India zijn gaan meedoen in de wereldwijde markteconomie. Ook de Verenigde Staten en Europa hebben hiervan geprofiteerd. Door de onrust op de financiële markten lijkt de internationale economische situatie zich nu echter in een zorgwekkende richting te ontwikkelen. De crisis op de huizenmarkt en de daaropvolgende kredietcrisis in de Verenigde Staten zijn slecht voor het consumentenvertrouwen en het economisch herstel in Amerika. Het resultaat: een lagere groei in de VS, die ook zijn weerslag heeft op de groei in Europa. De aandelenkoersen staan wereldwijd onder druk. Door de groei van opkomende economieën is de vraag naar olie en grondstoffen sterk toegenomen. Mede hierdoor zijn de prijzen van olie en voedsel het afgelopen jaar fors gestegen.

... maar Nederland heeft een goede uitgangspositie

De Nederlandse economie is internationaal georiënteerd. Een gevolg van deze openheid is dat de internationale turbulentie niet aan Nederland voorbijgaat. Hoewel de groei in 2006 en 2007 nog boven de 3 procent was, is de huidige situatie het best te omschrijven als een afkoelende economie. Terwijl de tekenen van voorspoed nog breed zichtbaar zijn, wordt langzaam in de economische groeicijfers zichtbaar dat het tij keert. De groei in 2008 ten opzichte van 2007 zal vermoedelijk nog rond de 2¼ procent zijn, maar van kwartaal op kwartaal is de groei in 2008 beperkter. Voor 2009 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een groei van 1¼ procent.

Nederland staat er desondanks goed voor. De werkloosheid is in 2008 met 4 procent zeer laag en de verwachting voor de werkloosheid blijft vooralsnog stabiel. Verstandig begrotingsbeleid in de afgelopen jaren werpt nu zijn vruchten af. De overheidsfinanciën zijn gezond en de inkomsten en uitgaven ontwikkelen zich in lijn met de doelen uit het Coalitieakkoord. Nederland kent bovendien een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor buitenlandse investeerders. Door dit alles zijn we in staat de gevolgen van de economische groeivertraging goed op te vangen. De plannen van het kabinet uit het Coalitieakkoord kunnen onverkort worden voortgezet.

Een verantwoorde loonontwikkeling voor de korte termijn ...

Ondanks dat Nederland er goed voor staat, vergt de huidige economische situatie stuurmanskunst van het kabinet en een verstandige reactie van de sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties). In een afkoelende economie zijn de relatief hoge prijsstijgingen (inflatie) die zich nu aftekenen niet gebruikelijk. Voor 2008 verwacht het CPB dat de inflatie uitkomt op 2¾ procent; voor 2009 wordt gerekend op een inflatie van 3¼ procent. Burgers voelen de inflatie in hun portemonnee. De natuurlijke reactie op dergelijke stijgende prijzen is een roep om hogere lonen. Een verantwoorde loonontwikkeling is echter juist nu belangrijk. Zo wordt een situatie voorkomen waarin prijzen en lonen beurtelings stijgen. Zo'n loon-prijsspiraal is schadelijk voor de economie, omdat Nederlandse producten duurder worden. Door de hoge prijzen wordt Nederland voor bedrijven minder aantrekkelijk in vergelijking met het buitenland. En als bedrijven de oplopende loonkosten niet meer kunnen opbrengen, zal de werkloosheid toenemen. Het kabinet hecht dan ook groot belang aan het inperken van de inflatie en wil de koopkracht van burgers zoveel mogelijk beschermen. Daarom gaat de voorgenomen verhoging van de btw-tarieven per 1 januari niet door. De inflatie komt daardoor naar verwachting uit op 3¼ procent in plaats van 3¾ procent. Daarnaast blijft er reden om te streven naar een verantwoorde loonontwikkeling, bevordering van participatie en andere structurele versterkingen van de economie. Hierover zal met de sociale partners gesproken worden. In die context is het kabinet bereid de WW-premies voor werknemers tot nul terug te brengen. [noot 1: Gezien de bereidheid van het kabinet om de WW-premies te verlagen, zijn alle cijfers in de Miljoenennota berekend op basis van het scenario waarin dit ook daadwerkelijk gebeurt.]

... en werken aan uitdagingen voor de lange termijn

De economische groei van de afgelopen jaren heeft ervoor gezorgd dat de armoede in de wereld is afgenomen. Een andere positieve ontwikkeling is dat landen als Nederland profiteren van goedkope importen en grotere exportmogelijkheden. Maar de trend van globalisering van internationale markten brengt niet alleen kansen (en winnaars) met zich mee - er zijn ook bedreigingen (en verliezers). Doordat bedrijven steeds gemakkelijker te verplaatsen zijn, lijkt het voor nationale overheden steeds moeilijker om op te komen voor publieke belangen en werknemersbelangen. De economische groei gaat gepaard met meer CO2-uitstoot en meer gebruik van schaarse grondstoffen. Ontwikkelingslanden kunnen bovendien niet altijd optimaal van globalisering profiteren. De manieren waarop landen de grote stijging in hun gemiddelde welvaart nationaal verdelen, zijn zeer verschillend. De grote verwevenheid van internationale financiële markten leidt ertoe dat crises die in eerste instantie lokaal lijken, sterker worden verspreid. Het terugdringen van deze bedreigingen voor de inkomensverdeling, financiële stabiliteit en het klimaat vereist goede spelregels en internationale samenwerking. De overheid is er om deze regels vast te stellen, nationaal en internationaal: een krachtige markt vraagt om een krachtige overheid. Het vergt constante inspanning om het juiste evenwicht te vinden.

In eigen land zijn er ook langetermijntrends die om een antwoord vragen. Door de vergrijzing zal de huidige krapte op de arbeidsmarkt aanhouden. Het kabinet neemt daarom maatregelen die bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit en de deelname aan de arbeidsmarkt vergroten. Dat is nodig om het niveau van dienstverlening zoals we dat in onze verzorgingsstaat gewend zijn, op peil te houden. Maar dat niet alleen: arbeidsparticipatie is ook belangrijk om mensen de mogelijkheid te geven hun talenten te benutten. Daarnaast draagt participatie - doordat meer mensen meebetalen - voor een belangrijk deel bij aan een andere langetermijnuitdaging: de opgave om de overheidsfinanciën op lange termijn financieel gezond (houdbaar) te houden. Hierdoor kunnen we het huidige niveau aan collectieve voorzieningen vasthouden zonder in de nabije toekomst de belastingen en premies fors te moeten verhogen. Om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te verbeteren gaan toekomstige 65-plussers met een hoger inkomen vanaf 2011 geleidelijk meer bijdragen aan de financiering van de verzorgingsstaat (de houdbaarheidsbijdrage).
Dit is de uitwerking van de afspraken hierover in het Coalitieakkoord.

Het kabinet richt zich met deze en andere maatregelen op het versterken van de structuur van economie en samenleving. Zo kan Nederland ook in de toekomst een samenleving blijven met een slagvaardige overheid, een open economie, een stevig sociaal stelsel en ruimte voor individuele ontplooiing.

Naar boven

Arbeidsparticipatie, koopkrachtondersteuning en lastenverlichting

Vergroten arbeidsparticipatie

Om de arbeidsdeelname te bevorderen neemt het kabinet maatregelen die werken lonender maken. Het kabinet is bereid de WW-premies voor werknemers tot nul terug te brengen in de context van gesprekken met de sociale partners over een verantwoorde loonontwikkeling en andere structurele versterkingen van de economie. Daarnaast wordt, door nieuwe inkomensafhankelijke arbeidskortingen (720 miljoen euro in 2009), de stap naar werken aantrekkelijker. Dit geldt met name voor niet-werkende partners en voor mensen die vanuit een uitkering komen. Om ouderen te stimuleren langer te werken komt er een bonus voor mensen die doorwerken na hun 62e. Deze inkomensafhankelijke doorwerkbonus wordt uitgekeerd in elk jaar dat de desbetreffende persoon (nog) werkt.

Voor jongeren tussen de 18 en 27 jaar wordt het werk-leerrecht ingevoerd. Jongeren zitten hierdoor óf op school óf zijn aan het werk (of een combinatie van beide). Werkgevers worden gestimuleerd om ouderen, langdurig werklozen en gedeeltelijk arbeidsongeschikten in dienst te nemen. Dit gebeurt via loonkostensubsidies en premiekortingen voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering van werknemers. Met gemeenten zijn bovendien afspraken gemaakt om de bemiddelings- en re-integratiediensten te verbeteren. Deze maatregelen zijn in lijn met het advies van de commissie Arbeidsparticipatie (commissie Bakker).

Koopkrachtondersteuning voor burgers ...

Een evenwichtig koopkrachtbeeld is niet alleen belangrijk voor een verantwoorde loonontwikkeling en de participatiedoelstelling van het kabinet, maar ook voor een rechtvaardige inkomensverdeling. Bij het opstellen van het Coalitieakkoord is afgesproken dat in 2009 in totaal 750 miljoen euro beschikbaar komt voor het bevorderen van arbeidsparticipatie, het versterken van de economische structuur en voor het verbeteren van de koopkracht. Onder andere dit geld wordt nu ingezet.

Dat de btw-verhoging niet doorgaat, betekent koopkrachtondersteuning voor iedereen in de vorm van lagere prijsstijgingen. Als de WW-premies voor werknemers worden verlaagd naar nul, kunnen werknemers de gevolgen daarvan op hun loonstrook aflezen bij het bedrag dat hij of zij nu aan WW-premie betaalt. Bij een modaal inkomen gaat het om circa 335 euro netto per jaar. Werkende ouderparen profiteren van de inkomensafhankelijke arbeidskortingen; dit kan oplopen tot 450 euro bij half modaal en 1 000 euro bij een modaal inkomen voor de minst verdienende partner. De koopkracht van vooral ouderen en minima wordt door de kabinetsmaatregelen ondersteund. De AOW-tegemoetkoming wordt verhoogd met circa 80 euro bruto. Werken wordt lonender, vooral voor de middeninkomens. Door dit alles ontwikkelt de koopkracht van burgers zich in 2009 - ondanks de lagere economische groei - over een brede linie positief. De extra 'plus' voor werkenden prikkelt mensen om (meer) te gaan werken en draagt daarmee bij aan een sterkere economische structuur.

... en lastenverlichting voor bedrijven

De lasten voor bedrijven worden in 2009 ook lager. De mkb-winstvrijstelling in de inkomstenbelasting wordt verhoogd. Ook de belastingaftrek voor startende ondernemers gaat omhoog. Daar staat tegenover dat de zelfstandigenaftrek niet stijgt. Daarnaast hebben bedrijven baat bij verlaging van de WW-premies voor werkgevers, een lastenverlichting van 400 miljoen euro (oplopend tot 500 miljoen euro in 2011). Bedrijven profiteren volgend jaar ook van een aanzienlijke incidentele meevaller in de zorgpremies, die voor een flink deel door bedrijven worden betaald. Verder worden de administratieve lasten voor bedrijven verlicht. En belangrijker nog: een verantwoorde loonontwikkeling, indien mogelijk gemaakt door de voorwaardelijke verlaging van de WW-premies, levert een kostenvoordeel op voor bedrijven. Dit stimuleert de groei en de winstgevendheid van het bedrijfsleven.

Naar boven

Prioriteiten: stevig in de steigers

Onder het motto 'Samen werken, samen leven' heeft het kabinet in 2007 de beleidsprioriteiten gepresenteerd voor deze kabinetsperiode. Het kabinet wil gericht investeren in de kwaliteit van de samenleving, duurzame groei, het innovatief vermogen van de economie en de inzetbaarheid van werknemers. Om de kabinetsdoelstellingen te realiseren moet nog veel werk worden verzet. In 2009 gaat het kabinet daarom met kracht door met het uitvoeren van de plannen uit het Beleidsprogramma. Over de voortgang hiervan leest u meer in het volgende hoofdstuk. Voor 2009 zijn de belangrijkste initiatieven van het kabinet als volgt:

  • Voor re-integratie van Wajongers en voor het implementeren van de nieuwe werkregeling die per 2010 in werking treedt, is in 2009 per saldo 34 miljoen euro extra beschikbaar.
  • Door schooluitval tegen te gaan geeft het kabinet jongeren een betere kans op de arbeidsmarkt. In 2009 is 39 miljoen euro extra beschikbaar voor onder andere het verbeteren van de loopbaanoriëntatie, studiekeuze en begeleiding van leerlingen en voor een soepeler overgang van vmbo naar mbo. Ook wordt school aantrekkelijker met meer sport en cultuur en krijgen vmbo-scholieren meer ruimte om met hun handen te leren.
  • In 2009 worden circa vijfduizend beurzen uitgereikt aan leraren die verder willen studeren; ook krijgen leraren betere salarissen. Daardoor verbetert de kwaliteit van het onderwijs en wordt het beroep van leraar aantrekkelijker.
  • In 2009 worden de budgetten voor de Bureaus Jeugdzorg en het jeugdzorgaanbod samengevoegd. Provincies krijgen daardoor meer vrijheid om de middelen in te zetten waar dat nodig is en kunnen zo de wachtlijsten in de jeugdzorg gemakkelijker verminderen. In 2009 is 870 miljoen euro beschikbaar voor het jeugdzorgaanbod.
  • Gemeenten krijgen in 2009 100 miljoen euro extra om een landelijk dekkend netwerk van Centra voor Jeugd en Gezin te realiseren. Ouders en jongeren kunnen hier terecht voor steun en advies bij opgroei- en opvoedingsvragen.
  • In 2009 trekt het kabinet 90 miljoen euro extra uit om meer mensen te stimuleren om mee te doen aan een inburgeringsprogramma, en om inburgeraars te helpen met trajecten op maat. Het beheersen van de Nederlandse taal en kennis over de samenleving is immers noodzakelijk om actief mee te doen in Nederland.
  • Het kabinet wil veertig aandachtswijken omvormen tot wijken waar mensen kansen hebben en graag willen wonen. Nu alle plannen met gemeenten zijn vastgelegd en de financiering is geregeld, krijgt in 2009 de uitvoering van de actieplannen vaart. Het kabinet heeft hiervoor 300 miljoen euro extra vrijgemaakt. 115,5 miljoen euro daarvan komt beschikbaar in 2009. Dit wordt gebruikt om de wijkaanpak te realiseren, bewonersparticipatie te stimuleren en om te voorkomen dat er nieuwe achterstandswijken ontstaan.
  • Komend jaar wordt 29 miljoen euro ingezet voor maatschappelijke innovatieprogramma's op het gebied van veiligheid, zorg en energie. Bedrijven kunnen bovendien eerder aanspraak maken op de fiscale stimuleringsregeling voor speur- en ontwikkelingswerk (WBSO). Hiervoor is 39 miljoen euro extra beschikbaar. Daarnaast is er 40 miljoen euro vrijgemaakt voor innovatiekredieten om risicovolle innovatieprojecten van het mkb te ondersteunen.
  • De innovatie wordt ook gestimuleerd door een selectieve voortzetting van aflopende projecten binnen het Fonds Economische Structuurversterking (FES) op het gebied van kennis, innovatie en onderwijs. Het kabinet zet hiervoor de komende jaren maximaal 500 miljoen euro uit het FES in.
  • Met innovatiesubsidies en fiscale faciliteiten worden investeringen in welzijns- en milieuvriendelijke stallen gestimuleerd voor stallen die voldoen aan eisen die verder gaan dan de wettelijke normen. Hiervoor is in 2009 17 miljoen euro beschikbaar.
  • In 2009 komt er een scherpere norm voor het energieverbruik van nieuwbouwwoningen en er is een subsidie voor het gebruik van warmtepompen, zonneboilers en zonnepanelen. Ook is er geld voor onderzoek naar nieuwe mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In 2009 is voor het totale klimaatbeleid en duurzame energiebeleid in Nederland ruim 1,7 miljard euro beschikbaar.
  • Belangrijke doelen voor 2009 zijn het tot stand komen van een goed Europees klimaatpakket in het voorjaar, en een goed wereldwijd klimaatakkoord in Kopenhagen in december.
  • Het openbaar vervoer per spoor wordt uitgebreid. Er gaan meer treinen rijden en er worden nieuwe stations geopend. Hiervoor is in deze kabinetsperiode 200 miljoen euro beschikbaar, waarvan 75 miljoen in 2009.
  • Het kabinet wil ervoor zorgen dat dijken en duinen in goede conditie zijn en dat zwakke schakels aan de kust worden aangepakt. In 2009 is voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma 396 miljoen euro gereserveerd. De commissie-Veerman heeft op 3 september 2008 een advies uitgebracht over de waterveiligheid op lange termijn.
  • Het kabinet richt zich op het verminderen van de criminaliteit door de pakkans te verhogen. In 2009 komen er hiervoor onder andere 125 extra forensisch assistenten bij. Ook de draaideurcriminaliteit wordt aangepakt, onder meer door gedetineerden in de samenleving beter te begeleiden.
  • In 2011 moeten er 500 wijkagenten extra zijn. Om dat te realiseren wordt in 2009 12 miljoen euro uitgetrokken.
  • De belangrijkste inzet in 2009 voor de Nederlandse krijgsmacht is de NAVO-missie in Afghanistan. Om deze en andere crisisbeheersingsoperaties goed te kunnen uitvoeren investeert de regering in materieel en personeel. Goed en gemotiveerd personeel is immers onontbeerlijk om de missies te laten slagen.
  • Het Mensenrechtenfonds ter bevordering van de vrijheid van meningsuiting, mediadiversiteit en vrijheid van godsdienst wordt verhoogd tot 25 miljoen euro.
  • In het voorjaar van 2009 zal een voorstel worden gedaan om de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de Drank- en Horecawet over te dragen aan gemeenten. Gemeenten krijgen dan meer vrijheid om te bepalen welke maatregelen zij willen nemen om overmatig alcoholgebruik door jongeren te ontmoedigen.
  • In 2009 komt op kiesbeter.nl meer objectieve informatie beschikbaar over de kwaliteit van de geleverde zorg in alle sectoren van de gezondheidszorg. Ook wordt een wetsvoorstel ingediend om de rechten van patiënten vast te leggen en het klacht- en medezeggenschapsrecht in de zorg te versterken. Om ziekenhuizen meer mogelijkheden te bieden om te innoveren worden meer vrije prijzen in de ziekenhuiszorg toegelaten.
  • In 2009 worden de eerste stappen gezet om de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) te behouden voor de meest kwetsbare groepen. Zo wordt de indicatiestelling verbeterd. Ook wordt de vergoeding voor zorg in instellingen meer gekoppeld aan de zorgbehoefte van cliënten dan aan het beschikbare aanbod in de instelling.
  • Het kabinet wil de kwaliteit van de dienstverlening verbeteren en het aantal ambtenaren verminderen. Het aantal regels wordt bijvoorbeeld verminderd en in 2009 worden de 25 meest gebruikte formulieren vereenvoudigd.
  • In 2008 en 2009 wordt een tweetal specifieke uitkeringen afgekocht, waarmee langlopende verplichtingen aan gemeenten komen vervallen. Vermindering van het aantal specifieke uitkeringen draagt bij aan een vermindering van de administratieve lasten. Hiermee is in totaal een bedrag van 650 miljoen euro gemoeid.
  • Met de gemeenten is afgesproken dat alle vreemdelingen die onder de pardonregeling een verblijfsvergunning hebben gekregen, in 2009 woonruimte zullen hebben.

Kinderopvang en AWBZ

Door onverwacht snel stijgende uitgaven bij een aantal regelingen, heeft het kabinet ook pijnlijke besluiten moeten nemen. Zo zijn in het voorjaar maatregelen getroffen om de onverwacht sterke stijging van de uitgaven aan kinderopvang en binnen de AWBZ, deels als gevolg van de groei aan persoonsgebonden zorgbudgetten (pgb's), af te zwakken. Uitgangspunt is dat de groepen die het nodig hebben een beroep kunnen blijven doen op de regelingen, maar dat oneigenlijk gebruik wordt tegengegaan. Daardoor worden deze regelingen op een verantwoorde manier beter beheersbaar gemaakt. Ondanks deze ingrepen trekt dit kabinet overigens fors meer geld uit voor de kinderopvang en de AWBZ dan voorgaande kabinetten.

Naar boven

Overheidsfinanciën en begrotingsbeleid

De beleidsprioriteiten van het kabinet voor 2009 passen binnen de financiële afspraken die het kabinet heeft gemaakt voor de periode tot en met 2011. Het begrotingsbeleid geeft de financiële kaders aan waarbinnen keuzes gemaakt moeten worden, zodat de overheidsfinanciën niet alleen nu, maar ook in de toekomst gezond blijven.

Op koers voor 2011

In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het kabinet streeft naar een structureel (voor economische schommelingen gecorrigeerd) overschot op de begroting van 1 procent van het BBP (Bruto Binnenlands Product, het totaal dat we in Nederland verdienen met de verkoop van diensten en producten) in 2011. Er is sprake van een overschot als er op de begroting meer geld wordt ontvangen dan er wordt uitgegeven. Op die manier kan de overheidsschuld worden afgelost. Een lagere schuld betekent minder rente-uitgaven en draagt zo ook bij aan de gezonde overheidsfinanciën in de toekomst bij toenemende vergrijzing.

Tabel 1.1 Begrotingssaldo (EMU-saldo) 2008-2011 (in % BBP)

 

2008

2009

2010

2011

Feitelijk begrotingssaldo*

1,2

1,2

0,8

1,1

Structureel begrotingssaldo*

0,9

1,1

0,9

1,2

Raming vorige miljoenennota

 

 

 

 

Feitelijk begrotingssaldo

0,5

0,6

0,7

1,0

Structureel begrotingssaldo

0,4

0,7

0,8

1,1


* De ramingen voor 2008 en 2009 zijn gebaseerd op de Macro Economische Verkenning 2009 (MEV) van het CPB. Voor de jaren 2010 en 2011 zijn geen actuele ramingen over de economie beschikbaar. De saldoraming is in deze jaren gebaseerd op technische aannames uit de Economische Verkenning 2008-2011 van het CPB uit september 2007. Daarin wordt onder meer gerekend met een olieprijs van 65 dollar in 2011. Gezien de huidige olieprijs is de saldoraming voor 2010 en 2011 behoedzaam.

In het Coalitieakkoord is ook afgesproken dat het kabinet extra maatregelen neemt als het saldo op de begroting in de buurt komt van een tekort van 2 procent van het BBP. Dankzij solide begrotingsbeleid verkeert de begroting niet in de gevarenzone. Ondanks de afkoelende economie is het haalbaar om een structureel overschot te bereiken op de begroting van 1 procent van het BBP in 2011. Het verwachte overschot op de begroting is in 2008 en 2009 zelfs groter dan eerder werd aangenomen. Dit komt door de hoge olieprijzen, die op de rijksbegroting leiden tot meer inkomsten uit aardgas. De prijs van gas is namelijk gekoppeld aan de prijs van olie. Tegenover dit positieve effect voor de schatkist staat dat de hoge olieprijs de economische groei verder kan vertragen. En minder groei betekent ook minder belasting- en premieopbrengsten. Een hogere olieprijs heeft op termijn dus ook een negatief effect op de inkomsten van de overheid. Dit is een belangrijke reden om de meevallende aardgasbaten niet in te zetten voor extra uitgaven. Ook de begrotingsregels zijn op dit principe gebaseerd.

Begrotingssaldo

Grafiek Begrotingssaldo uit Samenvatting Rijksbegroting 2009

De overheidsschuld daalt door het toegenomen begrotingsoverschot sneller dan verwacht. De schuld komt in 2009 naar verwachting uit op circa 40 procent van het BBP. Het kabinet verwacht dat de schuld als percentage van het BBP in 2011 gedaald is tot het laagste niveau sinds de schuldcijfers worden bijgehouden (1814).

Overheidsschuld

Grafiek Overheidsschuld p. 15 Samenvatting Rijksbegroting 2009

Stabiel begrotingsbeleid

Het Nederlandse begrotingsbeleid is de afgelopen jaren zeer succesvol gebleken en geniet daarom ook internationaal veel aanzien. De uitgangspunten van het begrotingsbeleid staan sinds de introductie in 1994 nog altijd stevig overeind. De kern van dit beleid is dat het kabinet niet steeds reageert op de nieuwste ontwikkelingen in de economie. Geplande uitgaven gaan gewoon door - ook nu het economisch tegenzit. In diezelfde lijn zouden ook bij meevallende groei de uitgaven niet worden aangepast. Dat zorgt voor veel rust en maakt het kabinetsbeleid voorspelbaar. Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord een maximum afgesproken voor de overheidsuitgaven. De scheiding tussen inkomsten en uitgaven voorkomt dat het kabinet extra uitgaven kan doen door de belastingen voor burgers en bedrijven te verhogen. Om de uitgaven onder de afgesproken plafonds te houden maakt het kabinet regelingen waarvan de kosten uit de hand lopen, beter beheersbaar. Voorbeelden hiervan zijn de zorg en de kinderopvang.

De huidige economische situatie vraagt om een verstandige beleidsreactie van het kabinet. Het kabinet heeft ervoor gekozen op korte termijn lastenverlichting te geven om de koopkracht van burgers te beschermen en een loon-prijsspiraal te helpen voorkomen. Daarvoor is ruimte omdat met de afgesproken houdbaarheidsbijdrage een grotere houdbaarheidswinst wordt gerealiseerd dan eerder werd verondersteld. Op deze manier worden tegelijkertijd het kortetermijnbelang voor burgers én bedrijven en het langeretermijndoel van houdbare overheidsfinanciën gediend.

Naar boven

Bouwen aan vertrouwen

Nederland gaat een onzeker jaar tegemoet. De economische onrust zal nog wel enige tijd aanhouden, in de wereld maar ook in Nederland. Nederland heeft de economisch goede jaren gebruikt om klaar te zijn voor de omslag naar de mindere jaren. De werkloosheid is laag en de overheidsfinanciën zijn op orde. Door deze goede uitgangspositie kunnen we de economische tegenwind goed opvangen en zijn we in staat om de uitdagingen in de nabije toekomst aan te gaan.

De hoge inflatie vraagt om ondersteuning van de koopkracht van burgers en de winstgevendheid van het bedrijfsleven. Het kabinet ziet daarom af van de btw-verhoging, maar blijft onder voorwaarden bereid de verlaging van de WW-premies voor werknemers door te zetten. Dat is goed voor de economie en helpt de inflatie te beperken. Samen met maatregelen als de bonus op doorwerken voor ouderen, draagt dit ook bij aan de structurele versterking van de arbeidsparticipatie en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën in de toekomst. Het kabinet zet verder in op een sterkere economische structuur door te investeren in innovatie en de kracht van mensen.

Het kabinet zet in 2009 de uitvoering van het voorgenomen beleid voort. Ook in tijden van economische tegenwind bouwen we zo verder aan een samenleving die mensen in staat stelt mee te doen - met een duurzame economische structuur, goede publieke voorzieningen en een rechtvaardige inkomensverdeling. Voor nu, maar ook voor de generaties die na ons komen. Zodat we een onzekere toekomst met vertrouwen tegemoet kunnen treden.

Naar boven