Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Het kabinet

Pijler 1 Een actieve internationale en Europese rol

In deze paragraaf worden uitgelicht: de modernisering van de krijgsmacht, de Millenium Ontwikkelingsdoelen en mensenrechten.

Nederland heeft van oudsher een open en positieve houding tegenover Europa en de wereld. Dit heeft ons welvaart, stabiliteit en een hoge levensstandaard gebracht. Onze welvaart, ons welzijn en onze veiligheid worden steeds meer beïnvloed van buitenaf. Binnenland en buitenland grijpen steeds meer in elkaar. Vormgeven aan de toekomst van Nederland kan ook door invloed uit te oefenen op wat buiten onze grenzen gebeurt.

Het kabinet zet in op een Europa dat zich richt op die terreinen waar het meerwaarde heeft en dat zich niet begeeft op terreinen waar lidstaten het beter zelf kunnen regelen. Het kabinet wil bijdragen aan de verbetering van de mensenrechten en aan internationale oplossingen voor grensoverschrijdende problemen, bijvoorbeeld op het gebied van armoede, klimaat en criminaliteit.

Het Verdrag van Lissabon, dat in 2007 is ondertekend en dit jaar in Nederland is geratificeerd, zal het functioneren van de Europese Unie (EU) meer democratisch en slagvaardig maken. Daarom is het streven gericht op een voorspoedige ratificatie van het verdrag in de overige lidstaten van de Unie. Het kabinet zet in 2009 in op een ambitieuze evaluatie van de EU-begroting. Dit betekent dat Nederland vindt dat een open debat over alle EU-uitgaven en -inkomsten mogelijk moet zijn. Ook het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal worden geëvalueerd.

Wat ontwikkelingssamenwerking betreft maakt het kabinet zich sterk voor naleving van de afgesproken verhoging van de officiële hulp (ODA) van de EU tot 0,7 procent van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI) in 2015. Verder wordt er gewerkt aan het bereiken van de Millennium Ontwikkelingsdoelen door middel van het project Millennium Ontwikkelingsdoelen Dichterbij.

In 2009 wordt een bijdrage geleverd aan meer veiligheid en stabiliteit in regio's waar dat nodig is, zoals Afghanistan, het Midden-Oosten en het Afrikaanse Grote Merengebied.

In deze paragraaf wordt specifiek uitgelicht: de modernisering van de krijgsmacht, mensenrechten en de Millennium Ontwikkelingsdoelen.

Modernisering van de krijgsmacht

Doelstelling 4

Doelstelling 2011: Een moderne krijgsmacht die wereldwijd maatwerk kan leveren in grotere en kleinere crisisbeheersingsoperaties en bij het opbouwen van veiligheidsorganisaties in landen die we daarin willen ondersteunen.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • bijdragen aan verschillende crisisbeheersingsoperaties en aan NAVO Response Forces;
  • verbeteren van operationele inzetbaarheid van de krijgsmacht;
  • maatregelen voor werving en behoud van personeel van de krijgsmacht.

Toelichting

Nederland zet zijn krijgsmacht in bij internationale missies om meer veiligheid en stabiliteit in de wereld te creëren. Om deze missies goed te kunnen uitvoeren, investeert het kabinet in defensiematerieel en -personeel. Goed en gemotiveerd personeel is onontbeerlijk voor het slagen van de missies. De bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties worden gecombineerd met diplomatieke inspanningen en ontwikkelingssamenwerking: de strategie van de drie D's: Development (ontwikkeling), Defence (defensie) en Diplomacy (diplomatie).

De belangrijkste inzet in 2009 voor de Nederlandse krijgsmacht blijft de missie van de NAVO in Afghanistan. Het opbouwen en versterken van het Afghaanse leger en de Afghaanse politie in Uruzgan heeft daarbij de hoogste prioriteit. De Nederlandse inzet tot 2010 is erop gericht het lokale bestuur en de Afghaanse veiligheidsdiensten te assisteren en deze zo in staat te stellen om, meer en meer, zelfstandig te opereren. Naast de missie in Afghanistan richt Defensie zich in 2009 op de militaire EU-missie in Tsjaad en de politiemissie in Kosovo. Ook wordt de deelname aan EUFOR in Bosnië en de NAVO Response Force (een snel inzetbare NAVO-reactiemacht) voortgezet. Daarnaast levert Defensie een civiel-militaire bijdrage aan de opbouw van de veiligheidssector in Congo en Burundi.

Om de operationele inzetbaarheid van de Nederlandse krijgsmacht te verbeteren, wordt onder andere de beschikbaarheid van de Apache helikopters vergroot. Dit gebeurt door extra te investeren in personeel en materieel. Ook zal Nederland de beschikbaarheid van strategische luchttransportcapaciteit van de krijgsmacht vergroten door deel te nemen aan de NAVO-pool voor C-17-transportvliegtuigen.

Defensie geeft in 2009 en daarna prioriteit aan behoud en werving van personeel. Zo treft het maatregelen om het personeel goed toegerust en gemotiveerd te houden. Dit gebeurt door het personeel te voorzien van goed materieel, opleidingsmogelijkheden en aangepaste voorzieningen in de huisvesting en door specifieke beloningen en premies uit te breiden. Dit is aangekondigd in de beleidsbrief 'Wereldwijd dienstbaar' en het actieplan 'Werving en behoud'. Met deze maatregelen kan de krijgsmacht efficiënter en doelmatiger worden ingezet.

Om dit doel te halen moet een aantal maatregelen worden getroffen. Een belangrijk aandachtspunt voor 2009 is het werven van voldoende en geschikt personeel om het groeiende aantal vacatures binnen de krijgsmacht te vullen.

Naar boven

Project Millennium Ontwikkelingsdoelen Dichterbij

Box 1: Project Millennium Ontwikkelingsdoelen Dichterbij

In het Coalitieakkoord heeft het kabinet in het project Millennium Ontwikkelingsdoelen Dichterbij de ambitie geformuleerd om méér aandacht te geven aan het realiseren van de acht Millennium Development Goals (MDG's). Deze doelen zijn gericht op het verbeteren van de wereldwijde welvaart en het bevorderen van ontwikkeling. De Nederlandse regering ziet de MDG's als belangrijke graadmeters voor de voortgang op het gebied van internationale samenwerking. Helaas is gebleken dat de doelen niet worden gehaald bij gelijkblijvende inzet van de internationale gemeenschap.

Nederlandse strategie

Project 2015; De Millenniumdoelen Dichterbij, ook wel kortweg genoemd Project 2015, is in het leven geroepen om de gezamenlijke Nederlandse inzet te verbeteren. Belangrijk daarbij is dat het bereiken van de MDG's zowel in binnen- als buitenland hoog op de politieke agenda blijft staan. Het kabinet wil dat onder meer bereiken door zo veel mogelijk burgers, bedrijven en instellingen bij de MDG's te betrekken.
 
Met Project 2015 wil het kabinet de maatschappelijke betrokkenheid vergroten, niet alleen in woorden maar vooral ook in daden. Daarom streeft het kabinet naar (ook internationale) samenwerkingsverbanden tussen particulieren, bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheidsinstellingen die gericht zijn op het bereiken van de MDG's. Door het sluiten van de zogenoemde Akkoorden van Schokland werken deze partijen samen aan creatieve, innovatieve en inspirerende oplossingen om de MDG's dichterbij te brengen. Project 2015 faciliteert nieuwe akkoorden, daar waar nodig als mede-investeerder, maar in ieder geval als regisseur.

Uitvoeren 'Akkoorden van Schokland'

Inmiddels zijn er tweeduizend akkoorden gesloten, grotendeels door particuliere initiatiefnemers. Bij veertig samenwerkingsverbanden is sprake van substantiële inzet van bedrijven en maatschappelijke organisaties. Voorbeelden hiervan zijn Groen Licht voor Afrika, ofwel verlichting door middel van zonne-energie voor miljoenen huishoudens in Afrika, en het Health Insurance Fund, gericht op het verbeteren van de medische zorg door collectieve verzekeringen.
 
De Nederlandse inzet ligt op schema.



Naar boven

Mensenrechten

Doelstelling 7

Doelstelling 2011: Een evenwichtige en uitgesproken inzet voor mensenrechten overal ter wereld.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • in Europees verband voortgang boeken in de strijd tegen kinderarbeid, geweld tegen vrouwen en de doodstraf;
  • het verhogen van het Mensenrechtenfonds naar 25 miljoen euro;
  • het bevorderen van de vrijheid van meningsuiting, de mediadiversiteit en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

Toelichting

Bevordering van de mensenrechten staat ook komend jaar centraal in het Nederlandse buitenlandse beleid. Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland gaan meer activiteiten op mensenrechtenterrein ontwikkelen. Daarvoor zal het Mensenrechtenfonds worden verhoogd. Hiervoor was in 2008 22,5 miljoen euro beschikbaar. Dit wordt verhoogd naar 25 miljoen euro in 2009 en 27,5 miljoen euro in 2010. Hiermee bevordert het kabinet de vrijheid van meningsuiting, de mediadiversiteit en de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

Ook spant Nederland zich in 2009 in voor verdere vormgeving en uitvoering van het Europese mensenrechtenbeleid. Nederland pleit ervoor dat de EU actiever optreedt richting landen die de doodstraf kennen. De EU zou deze landen moeten stimuleren om de uitvoering van de doodstraf tijdelijk op te schorten (moratorium), als stap naar volledige afschaffing. Ook zal Nederland lobbyen voor nieuwe richtlijnen die geweld tegen vrouwen moeten tegengaan.

Het kabinet wil alle instrumenten benutten die kunnen bijdragen aan de uitbanning van kinderarbeid, zoals het aangaan van een politieke dialoog, ontwikkelingssamenwerking en handelsmaatregelen. Op grond van de mensenrechtenstrategie richt het kabinet zich ook op effectieve EU-maatregelen ter bestrijding van kinderarbeid, waaronder een importverbod van producten die met de ergste vormen van kinderarbeid tot stand zijn gekomen. Op Nederlands verzoek hebben de Europese ministers van Buitenlandse Zaken in mei 2008 aan de Europese Commissie gevraagd onderzoek te doen naar het inzetten van handelsmaatregelen tegen kinderarbeid. Nederland streeft ernaar om met de resultaten van dit onderzoek in 2009 te komen tot Europese besluiten. Daarnaast krijgt Nederland een Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens. Het kabinet wil met dit instituut onder meer overlap tussen bestaande instellingen voorkomen. Hiermee geeft het kabinet gevolg aan een oproep van de Verenigde Naties en de Raad van Europa.

Nederland levert een aanzienlijke bijdrage aan de bescherming en bevordering van de mensenrechten overal ter wereld, maar het halen van het doel van universele naleving van mensenrechten hangt natuurlijk mede af van de opstelling van andere landen.

Naar boven