U bevindt zich op: Home › Het kabinet
In deze paragraaf worden uitgelicht: de administratieve lasten en regeldruk, het project Nederland Ondernemend Innovatieland, mobiliteit en het project Randstad Urgent.
De wereldeconomie wordt steeds opener. Dat is bovenal goed nieuws. Bedrijven krijgen zo meer kansen op nieuwe markten en consumenten kunnen profiteren van een breder productaanbod. Het betekent echter ook dat we voortdurend alert moeten zijn om die kansen daadwerkelijk te benutten. De basis voor een duurzame ontwikkeling van onze welvaart is immers een vitale en innovatieve economie, die goed inspeelt op de kansen en uitdagingen in de wereld om ons heen.
Kennis en innovatie zijn van groot belang voor de groei van de productiviteit en daarmee de sleutels tot welvaartsgroei. Burgers willen echter meer dan alleen materiële welvaart; zij willen dat het klimaatprobleem wordt aangepakt, zij willen een schone leefomgeving, een uitstekende behandeling bij ziekte, hoogwaardig onderwijs en niet elke dag in de file staan. Al deze zaken kunnen beter worden aangepakt, als Nederland de kennis en innovaties én de slimheid en vindingrijkheid van Nederlandse ondernemers beter benut. In 2009 blijft het daarom onverminderd van belang om het innovatief vermogen van de Nederlandse economie te versterken. Het midden- en kleinbedrijf (mkb) speelt hierin een belangrijke rol. Komend jaar investeert het kabinet in meer kansrijke, risicovolle onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten van kleine en middelgrote bedrijven. Dit gebeurt onder andere door in 2009 extra geld beschikbaar te stellen voor het innovatiekrediet (totaal 40 miljoen euro beschikbaar) en voor fiscale stimuleringsmaatregelen voor speur- en ontwikkelingswerk (verhoging met 39 miljoen euro naar een totaal van 466 miljoen euro in 2009). Het kabinet zet daarnaast in op de internationaal concurrerende kwaliteiten van Nederland: in 2009 wordt extra geïnvesteerd in de internationale kant van de innovatieprogramma's.
Ondernemers zijn van groot belang voor een productieve economie. Ondernemen is alleen mogelijk als de randvoorwaarden op orde zijn. Bedrijven moeten zo min mogelijk belemmerd worden om te kunnen ondernemen, bijvoorbeeld door het terugdringen van de regeldruk en het aantal loketten en het toegankelijker maken van de overheid. Ondernemers geven verder aan dat een goede bereikbaarheid een cruciale factor is bij de keuze van locaties van bedrijven en bij investeringsbeslissingen. Daarom is het van belang om te investeren in deze bereikbaarheid, zowel op de weg als in het openbaar vervoer.
Jonge en (snel)groeiende bedrijven zorgen voor dynamiek en vernieuwing. Daarom streeft het kabinet naar meer zelfstandige ondernemers met personeel. Het kabinet wil ervoor zorgen dat iedere ondernemer of starter met een financieringsbehoefte tot 25 000 euro toegang kan krijgen tot (micro-)financiering. Het kabinet maakt zich sterk voor een toegankelijke kapitaalmarkt voor jonge en innovatieve ondernemers, onder andere door structurele ophoging van de borgstellingsregeling voor het mkb. Daarnaast wil het kabinet dat ondernemers doorgroeien naar werkgevers. Daarom onderzoekt het kabinet of de regels, risico's en kosten voor werkgevers met weinig personeel kunnen worden verlicht. Om te komen tot meer snelle groeiers worden met behulp van de zogenoemde 'Groeiversneller' tachtig tot honderd bedrijven vijf jaar lang ondersteund bij het verhogen van hun omzet tot ten minste 20 miljoen euro per jaar. Dit is een initiatief van het kabinet in samenwerking met het Innovatieplatform.
In deze paragraaf wordt specifiek uitgelicht: administratieve lasten en regeldruk, mobiliteit en de projecten 'Nederland Ondernemend Innovatieland' en 'Randstad Urgent'.
|
Doelstelling 16 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Minder regels, minder instrumenten, minder loketten voor het bedrijfsleven. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Om publieke belangen zeker te stellen is meestal wet- en regelgeving nodig. Ook economische activiteiten kunnen vaak niet zonder regulering. Te veel of complexe regels kunnen echter tot onnodige regeldruk leiden, die de ruimte om te ondernemen verkleint. Daarom wil het kabinet het aantal regels, instrumenten en loketten verminderen en de dienstverlening verbeteren. Een van de prioriteiten binnen deze doelstelling is het merkbaar verminderen van regeldruk voor ondernemers. De beleving van de ondernemer staat hierbij centraal. Het doel van het kabinet is om de administratieve lasten voor bedrijven in 2011 met netto 25 procent te verminderen ten opzichte van 2007.
Het kabinet informeert de Tweede Kamer met halfjaarlijkse voortgangsrapportages over de vermindering van regeldruk voor bedrijven. Hierin staat welke maatregelen zijn gerealiseerd en welke reductiemaatregelen alle ministeries hebben voorgenomen. Ook geven de voortgangsrapportages een beeld van de inzet vanuit Europese regelgeving (supranationaal) en de gemeenten (decentraal). Het kabinet heeft vanaf 1 maart 2007 tot en met de eerste helft van 2008 een nettoreductie gerealiseerd van in totaal 6,3 procent.
Voor de komende najaarsrapportage zullen de departementen reductieprogramma's aanleveren. Daarin zullen zij maatregelen aankondigen, op basis waarvan bepaald kan worden hoe de kabinetsdoelstelling van netto 25 procent in de jaren 2009-2011 zal worden gerealiseerd. Voorlopig wordt ingeschat dat de administratieve lasten eind 2009 met 11 procent kunnen zijn verminderd. In het komende najaar kan dit cijfer nog worden bijgesteld op basis van de plannen van de departementen.
Om dit doel te halen moeten op een aantal beleidsterreinen fundamentele keuzes voor vereenvoudiging worden gemaakt. Ook in Europa moet bereidheid bestaan om (Nederlandse) vereenvoudigingsvoorstellen tijdig in te voeren.
Naar boven|
Box 2: Project Nederland Ondernemend Innovatieland |
|---|
|
Met het project Nederland Ondernemend Innovatieland (NOI) versterkt het kabinet de concurrentiepositie van Nederland. Tegelijkertijd pakt het maatschappelijke vraagstukken aan. NOI bestaat uit drie onderdelen: een langetermijnstrategie Nederland Ondernemend Innovatieland opstellen, maatschappelijke innovatieagenda's opstellen en het innovatief vermogen versterken. Langetermijnstrategie Nederland Ondernemend InnovatielandIn de langetermijnstrategie geeft het kabinet haar ambities weer voor het maatschappelijk en economisch gezicht van een duurzame productiviteitsgroei. Zoals aangekondigd in de kabinetsnota 'De kenniseconomie in zicht' vindt bij de Voorjaarsnota 2009 besluitvorming plaats over selectieve voortzetting van in deze kabinetsperiode aflopende FES-projecten in het domein kennis, innovatie en onderwijs. Het kabinet zal hiertoe de komende jaren maximaal 500 miljoen euro uit het FES inzetten. Maatschappelijke innovatieagenda'sIn 2009 worden de maatschappelijke innovatieprogramma's voor veiligheid, zorg, water, energie en onderwijs uitgevoerd. Zo worden in 2009 onder meer de volgende acties ondernomen:
Versterking innovatief vermogenNaast maatschappelijke innovatieprogramma's worden in 2009 ook acties
ondernomen om het innovatief vermogen te versterken. In de regio's
Zuid-Limburg, Eindhoven, Twente en Rotterdam worden actieplannen
uitgevoerd om arbeidsmarktknelpunten voor technici en technologen aan te
pakken. Verder wordt de toegang tot Nederland voor kennismigranten
verbeterd. Ook wordt de samenwerking tussen kennisinstellingen en
bedrijven versterkt, zodat kennis in de toekomst vaker te gelde kan
worden gemaakt. |
In de Mobiliteitsaanpak wordt uitgewerkt hoe Nederland nu en in de toekomst mobiel kan blijven. De Mobiliteitsaanpak bevat actieprogramma's voor spoor, wegen en regionaal openbaar vervoer en specifieke maatregelen voor mobiliteitsmanagement. Hieronder wordt ingegaan op de afzonderlijke doelstellingen, waarbij de nadruk ligt op bouwen, benutten en beprijzen.
|
Doelstelling 18 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Stapsgewijze invoering van een gedifferentieerde kilometerprijs naar tijd, plaats en milieukenmerken. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Om de bereikbaarheid en het milieu in Nederland te verbeteren, wil het kabinet een kilometerprijs invoeren die gedifferentieerd is naar tijd, plaats en milieukenmerken van het voertuig. Er is inmiddels een aantal forse stappen gezet om dit mogelijk te maken. De nieuwe kilometerprijs gaat het eerst gelden voor vrachtverkeer (2011) en daarna voor het personenverkeer (2012). In 2016 moeten alle auto's meedoen aan het nieuwe systeem. Twee jaar later (in 2018) is ook de fiscale stelselherziening voltooid. Belangrijk onderdeel hiervan is de volledige afbouw van de vaste aanschafbelasting op auto's (BPM).
Het kabinet ligt op schema met het halen van deze doelstelling. De implementatie van de kilometerprijs voor vrachtverkeer in 2011 is ambitieus en de doelstelling is naar huidig inzicht alleen haalbaar als de risico's zich slechts in beperkte mate manifesteren.
|
Doelstelling 20 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Groeiambitie van 5 procent per jaar voor het openbaar vervoer per spoor. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Het gaat goed met het spoorvervoer in Nederland. Klanten zijn meer tevreden en meer treinen rijden op tijd. In 2007 is het treinvervoer bij de NS met 3 procent gestegen. Daarmee is de groei over de periode 2005-2007 in totaal 13 procent (gemiddeld 4,3 procent per jaar). Dit is nog zonder de effecten van het actieplan Groei op het Spoor. Ook in 2008 wijzen de eerste tekenen op een verdere groei (5,2 procent in de eerste helft van het jaar) en een doorgaande toename van het aantal treinen dat op tijd rijdt.
Voor het actieplan Groei op het Spoor is in deze kabinetsperiode 200 miljoen euro beschikbaar, waarvan 75 miljoen in 2009. Het kabinet wil het aanbod van treinen opvoeren in de daluren en, als dat mogelijk is, ook in de spits. De opening van een aantal nieuwe Regionetstations zoals Amsterdam Holendrecht en Krommenie-Assendelft, zal een positieve bijdrage leveren aan de groei van het vervoer op het spoor.
Daarnaast investeert het kabinet in betere informatievoorziening en het behouden en aantrekken van groepen treinreizigers. Bijvoorbeeld door oud-studenten een aanbod te doen voor een voordeelkaart nadat zij hun OV-kaart hebben ingeleverd, en door een treintraining voor senioren. Ook investeert het kabinet in uitbreiding van fietsenstallingen en worden 'weesfietsen' aangepakt. Dit zijn fietsen die achterblijven in de stallingen. Daarnaast wordt het aantal parkeervoorzieningen (P+R) in de buurt van het openbaar vervoer uitgebreid.
Met dit pakket aan maatregelen ligt het behalen van de doelstelling op schema.
Naar boven|
Box 3: Project Randstad Urgent |
|---|
|
Een sterke economie is goed voor onze welvaart en voor de werkgelegenheid. De Randstad als grootstedelijke regio levert daaraan een belangrijke bijdrage. Het kabinet wil de bereikbaarheid, de economische dynamiek en de leefbaarheid in de Randstad verbeteren. Met Randstad Urgent werkt het kabinet aan een andere bestuurscultuur die het mogelijk maakt de besluitvorming over en de uitvoering van urgente projecten in de Randstad een extra impuls te geven. 35 projectenHet project omvat 35 projecten die ervoor moeten zorgen dat de Randstad een internationaal concurrerende en duurzame topregio blijft. Met deze projecten wil het kabinet onder andere:
Activiteiten 2009Voor 2009 zijn de volgende activiteiten gepland:
De voortgang van het project Randstad Urgent ligt op schema. |