U bevindt zich op: Home › Het kabinet
In deze paragraaf worden uitgelicht: het project 'Schoon en Zuinig', bedrijfslocaties en woningbouw, landschap en vitaal platteland, kustverdediging en waterveiligheid.
Het kabinet wil concrete stappen zetten naar een duurzame samenleving, waarin de leefomgeving duurzaam op orde is en de negatieve gevolgen van onze productie en consumptie zoveel mogelijk worden beperkt. Dit betekent dat we spaarzamer moeten omgaan met energie en grondstoffen. Dat we oog hebben voor het behoud en de ontwikkeling van de karakteristieke Nederlandse steden, het landschap en de natuurgebieden. Dat we investeren in duurzaam waterbeheer. En dat we samenhang aanbrengen in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.
Het kabinet heeft in het voorjaar van 2008 de kabinetsbrede aanpak duurzame ontwikkeling gepresenteerd. Het kabinet wil concrete resultaten boeken bij belangrijke duurzaamheidsvraagstukken, zoals klimaat en energie, aanpassing aan de klimaatverandering en de ruimtelijke inrichting van ons land met aandacht voor natuur en milieu. Daarnaast kan de overheid met haar bedrijfsvoering, bijvoorbeeld als groot inkoper, werkgever en beheerder van gebouwen en terreinen, het bereiken van beleidsdoelen ondersteunen. Zo ondersteunt de overheid met duurzaam inkoopbeleid energiebesparing, eerlijke handel en innovatieve ondernemers.
Om het grootste effect te bereiken, richt het kabinet zich op de punten waar Nederland sterk in is en waar de urgentie hoog is. Het eerste voorbeeld daarvan is waterbeheer en klimaatadaptatie. De strijd tegen het water en het leven met het water ligt in het hart van het Nederlandse bestaan. De klimaatverandering noodzaakt de komende jaren tot extra maatregelen zowel aan de kust als rond de ons land binnenkomende rivieren. In 2009 start het kabinet met de uitvoering van het nationale Waterplan. Ook het traject richting een duurzaam waterbeheer ligt goed op koers, zodat Nederland over enkele jaren klimaatbestendiger ingericht zal zijn en over voor velen doelen goed bruikbaar water kan beschikken, als zwemwater, voor de landbouw, voor de natuur en als grondstof voor drinkwater.
Goed omgaan met de aarde vergt een grote inspanning. Belangrijk hierbij is het zo zuinig mogelijk omgaan met energie en grondstoffen. Met het werkprogramma 'Schoon en Zuinig' werkt het kabinet aan een Nederland dat in 2020 één van de meest efficiënte en schone energievoorzieningen van Europa moet hebben. De stijging van de grondstofprijzen verhoogt ondertussen de noodzaak en het belang voor alternatieve duurzame energiebronnen en energiebesparende innovaties. Voor de zuinige omgang met energie en grondstoffen zijn de internationale inspanningen echter van groot belang. Belangrijke doelen zijn de totstandkoming van een goed Europees klimaatpakket in het voorjaar van 2009 en van een goed mondiaal klimaatakkoord in december 2009 (Kopenhagen). De doelen met betrekking tot klimaat en energie liggen nog steeds op koers, maar vereisen onverminderde inzet van iedereen: overheid, maatschappelijke organisaties, burgers en bedrijven.
Mooi Nederland vraagt zorgvuldig ruimtegebruik, nu en in de toekomst. De lange termijnvisie Randstad 2040 is gericht op de concurrentiepositie, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid van de Randstad. In 2009 richt de beleidsontwikkeling en uitvoering zich op een beperkt aantal sleutelprojecten in de Randstad. Het kabinet denkt aan ruimtelijke maatregelen voor deltaveiligheid en grootschalige stedelijke ingrepen ('transformaties') met internationale allure. Voor de middellange termijn wordt, samen met andere overheden en marktpartijen, gewerkt aan de uitvoering van 23 complexe ruimtelijke opgaven op het terrein van verstedelijking, natuur en landschap en klimaat. Een mooier Nederland begint ook vandaag. Daarom wordt zo zuinig mogelijk omgegaan met het ruimtegebruik voor bedrijvigheid. Dit betekent onder meer dat maximaal wordt ingezet op hergebruik van bestaande bedrijventerreinen en dat de glastuinbouw meer wordt geconcentreerd. In het licht van een 'vitaal platteland' zijn het afgelopen jaar al veel gronden geworven voor de Ecologische Hoofdstructuur. Nu komt het aan op de inrichting van die gebieden. Daarnaast is het van belang om de natuurlijke soortenrijkdom (biodiversiteit) op peil te houden. Hiervoor worden natuurgebieden aangewezen (Natura 2000).
In deze paragraaf wordt specifiek uitgelicht: het project 'Schoon en Zuinig', duurzame ruimtelijke inrichting van Nederland op het gebied van wonen, werken en landschap en duurzaam waterbeheer.
|
Box 4: Project Schoon en Zuinig |
|---|
|
In september 2007 is het werkprogramma Schoon en Zuinig gepresenteerd. Dit programma beschrijft hoe Nederland in 2020 een van de efficiëntste en schoonste energievoorzieningen van Europa moet hebben. Nederland ondersteunt een streng Europees klimaatbeleid en wil bijdragen aan de totstandkoming van een ambitieus nieuw wereldwijd klimaatakkoord in Kopenhagen (eind 2009) voor na het aflopen van het Kyoto akkoord. Centrale elementen van dit Europese beleid zijn het Europese emissiehandelssysteem (ETS) en het Europese bronbeleid (lager energieverbruik huishoudelijke apparaten en minder CO2-uitstoot van auto's en vrachtwagens). In het werkprogramma worden daarnaast de nationale beleidsstappen uitgewerkt. Voor de mondiale afspraken is het van cruciaal belang dat er een goede financiële architectuur komt voor de financiering van de maatregelen, zodat ook ontwikkelingslanden kunnen bijdragen aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen. De doelen van het project Schoon en Zuinig zijn:
Het kabinet wil met dit project een trendbreuk teweegbrengen in de
ontwikkeling van de uitstoot van broeikasgassen.
Voor het totale klimaatbeleid en duurzame energiebeleid in Nederland
wordt in 2009 ruim 1,7 miljard euro uitgegeven. |
|
Doelstelling 23 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Het bevorderen van een tijdig en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor kwalitatief goed ingepaste bedrijfslocaties en 80 000-83 000 nieuwe woningen per jaar. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Onderdeel van het programma 'Mooi Nederland' is het verminderen van de verrommeling van het landschap. De rol van de provincies wordt groter: zij moeten erop gaan toezien dat gemeenten de zogenoemde SER-ladder naleven. Dit betekent dat nieuwe bedrijventerreinen pas mogen worden ontwikkeld als de mogelijkheden voor herstructurering van oude terreinen uitgeput zijn. Ook krijgen provincies de regierol in de regionale afstemming bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. De doorwerking en uitvoering van rijksbeleid bij gemeenten en provincies vragen continue aandacht en heldere afspraken. In dat licht past ook de afspraak om de samenwerkingsagenda Mooi Nederland in 2009 te actualiseren. Met tien pilotprojecten wordt ervaring opgedaan met het snel en kwalitatief goed herstructureren van oude terreinen.
In de komende jaren wordt stevig ingezet op woningproductie. Dit is nodig om woningtekorten verder te verkleinen. De geplande woningproductie in de periode tot en met 2011 moet het woningtekort terugdringen tot 1,5 procent in 2012 (landelijk gemiddeld). De woningproductie wordt gestimuleerd door de inzet van zogenoemde aanjaagteams. Ook wordt het uitwisselen van kennis en ervaring bevorderd en worden regionaal werkende woningbouwregisseurs aangesteld. Met de aanpassing van het Besluit locatiegebonden subsidies (BLS) wordt particulier opdrachtgeverschap in de woningbouw gestimuleerd. Om ook voor de langere termijn (periode 2010-2020) een woningproductie van circa 80 000 woningen per jaar te realiseren, zullen in 2009 regionale verstedelijkingsafspraken met provincies en gemeenten worden gemaakt.
De realisatie van deze doelstelling ligt op schema, maar voor de komende jaren is de realisatie afhankelijk van de economische groei, publiek en privaat beschikbare middelen, voldoende bestemmingsplancapaciteit en een adequaat grondbeleidsinstrumentarium.
Naar boven|
Doelstelling 24 |
|---|
|
Doelstelling 2011: In 2011 moeten Nederlanders meer tevreden zijn over het landschap, zijn groene gebieden gerealiseerd, is het platteland vitaler en dynamischer en wordt geïnvesteerd in natuurgebieden. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Veel burgers hebben zorgen over de kwaliteit van de leefomgeving en het landschap. Om verrommeling tegen te gaan en de kwaliteit van het landschap te verbeteren, hebben het Rijk, IPO en VNG in de Samenwerkingsagenda Mooi Nederland een aantal gezamenlijke acties afgesproken. Het Rijk maakt zich sterk voor behoud, herstel en ontwikkeling van het landschap. Hiertoe zal de Agenda Landschap worden uitgevoerd. Het stelsel voor de nationale landschappen (met daarin rijksbufferzones die voorkomen dat steden aan elkaar groeien, snelwegpanorama's en nationale landschappen) wordt vereenvoudigd. Ook zullen in overleg met provincies goed toepasbare ruimtelijke kwaliteitseisen voor de landschappen van nationaal belang worden vastgesteld.
Daarnaast wil het kabinet een grotere betrokkenheid van burgers en bedrijven bij het landschap. Om dit te bevorderen zal in 2009 een landschapscampagne worden georganiseerd. De Taskforce Financiering Landschap werkt aan financieringsvormen waarmee privaat geld beschikbaar komt voor beheer en onderhoud van het landschap. In vier gebieden zal hiermee proef worden gedraaid.
Ook wil het kabinet de soortenrijkdom van flora en fauna behouden. Dit is vastgelegd in de zogenaamde biodiversiteitsdoelen. Het belangrijkste instrument hiervoor is de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur. Daar maken de Natura 2000-gebieden deel van uit. Deze gebieden worden op grond van Europese regelgeving aangewezen.
Om de doelstelling te halen, moet de Agenda Landschap en de realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur voortvarend worden opgepakt.
Naar boven|
Doelstelling 28 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Versnelling kustverdediging en versnelde aanpak van de versterking van de bij de tweede wettelijke toetsing afgekeurde primaire waterkeringen. Vernieuwd denken over waterveiligheid een plaats geven in het systeem voor bescherming tegen overstromingen. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Waterveiligheid kent vraagstukken op korte, middellange en lange termijn. Deze komen samen in het eerste nationale Waterplan (december 2008). Voor de periode tot circa 2020 is een aantal projecten in uitvoering, zoals Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Voor deze projecten is in totaal 396 miljoen euro gereserveerd in 2009, 534 miljoen euro in 2010 en 541 miljoen euro in 2011. Uitvoering van dit programma zorgt er voor dat de primaire waterkeringen die daarin zijn opgenomen voldoen aan de wettelijke normen uit de Wet op de waterkering. Het omvat ongeveer negentig maatregelen, waaronder het aanpakken van zwakke schakels aan de kust en de Afsluitdijk. De Deltacommissie heeft op 3 september 2008 geadviseerd over de waterveiligheid op de lange termijn.
Begin 2009 wordt het onderzoek 'Integrale verbetering Afsluitdijk' afgerond. Hierin komen ook mogelijkheden voor publiek-private samenwerking te staan. Op basis van dit onderzoek besluit het kabinet over de manier waarop de renovatie van de Afsluitdijk vorm zal krijgen.
Met dit pakket aan maatregelen ligt het behalen van de doelstelling op schema. Het rapport van de Deltacommissie kan aanleiding geven tot bijstelling van dit beeld.
Naar boven