U bevindt zich op: Home › Het kabinet
In deze paragraaf worden uitgelicht: jeugdzorg, bestrijding kindermishandeling, participatie, onderwijs en zorg en de projecten Kansen voor Kinderen, Iedereen Doet Mee, Aanval op Schooluitval, Deltaplan Inburgering en Actieplan Krachtwijken.
Het kabinet wil de sociale samenhang, de kracht en de kwaliteit van de Nederlandse samenleving versterken. Een samenleving waarin iedereen de kans krijgt mee te doen, waarin iedereen wordt gewaardeerd en waarin ieders talent wordt benut. De inzet en de betrokkenheid van meer mensen maakt het mogelijk sociale voorzieningen zoals de gezondheidszorg, goed en voor iedereen betaalbaar te houden. Op veel gebieden werkt het kabinet aan versterking van de sociale samenhang. Bijvoorbeeld door de kansen voor mensen te vergroten in het onderwijs, bij inburgering en op het gebied van werk en arbeidsparticipatie. En door problemen van mensen aan te pakken in gezinnen, op scholen en in wijken.
Met de uitvoering van de zogenoemde 'brede participatieagenda' krijgen mensen nu meer kans om mee te doen. Op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en door integratie en inburgering. Hiervoor is geld beschikbaar gesteld, zijn afspraken gemaakt met maatschappelijke partners en is waar nodig de regelgeving aangepast. Het kabinet voert in dit kader vijf projecten uit op het gebied van werk (Iedereen Doet Mee), onderwijs (Aanval op Schooluitval), opvoeding (Kansen voor Kinderen), inburgering (Deltaplan Inburgering) en de wijkaanpak (Actieplan Krachtwijken). Gemeenten en andere maatschappelijke partners moeten de plannen nu verder uitvoeren, waarbij het kabinet hen op de voet volgt en hen helpt om eventuele obstakels uit de weg te ruimen.
In deze paragraaf wordt specifiek uitgelicht: jeugdzorg, participatie en onderwijs, en de projecten Kansen voor Kinderen, Iedereen Doet Mee, Aanval op Schooluitval, Deltaplan Inburgering en Actieplan Krachtwijken.
Elk kind verdient de kans op een goede opvoedings- en opgroeisituatie. Het kabinet wil voorkomen dat het aantal jeugdigen met problemen toeneemt. Daarom zet het kabinet in op de oprichting van Centra voor Jeugd en Gezin in de gemeenten, op beperking van de wachtlijsten voor de jeugdzorg en op het tegengaan van kindermishandeling. Hieronder wordt ingegaan op deze doelstellingen.
|
Doelstelling 31 |
|---|
|
Doelstelling 2011: De wachttijden voor de geïndiceerde jeugdzorg blijven beperkt tot maximaal negen weken na indicatiestelling en kinderbeschermingsmaatregelen kunnen sneller worden ingezet. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
In 2009 worden de beschikbare middelen voor de Bureaus Jeugdzorg en voor het jeugdzorgaanbod samengevoegd. Provincies kunnen hierdoor het beschikbare budget zelf verdelen en zo beter sturen op een doelmatige inzet en verdeling van deze middelen over de bureaus jeugdzorg en het zorgaanbod.
Daarnaast vereenvoudigt het kabinet het indicatiebesluit, waardoor zorgaanbieders meer mogelijkheden krijgen om maatwerk te leveren en efficiënt te werken. Dit biedt de provincies meer sturingsmogelijkheden bij de inkoop van zorg. Voor het zorgaanbod is in 2009 870 miljoen euro beschikbaar.
In 2009 wordt een nieuwe werkwijze ingevoerd bij de kinderbescherming. Daardoor kunnen de betrokken organisaties doelmatiger werken en daarmee de doorlooptijd bij meldingen verkorten. In 2010 wordt in 75 procent van de gevallen binnen twee maanden na melding een uitspraak over een kinderbeschermingsmaatregel gedaan.
Het kabinet ligt op schema met halen van de doelstelling.
Naar boven|
Box 5: Project Kansen voor Kinderen |
|---|
|
Het kabinet streeft ernaar dat er in 2011 in elke gemeente een Centrum
voor Jeugd en Gezin (CJG) is. Dit centrum is een
centraal punt waar ouders en jeugdigen terecht kunnen voor advies bij
opgroei- en opvoedingsvragen en voor hulp. De CJG's werken samen met de
Bureaus Jeugdzorg en met het onderwijs, en rond scholen in het bijzonder
met de zorg- en adviesteams. Vanuit het CJG wordt ook licht pedagogische
hulp geboden en vindt coördinatie van zorg
plaats. |
|
Doelstelling 32 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Bestrijding kindermishandeling door versterking van preventie, signalering en ingrijpen. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Het kabinet gaat kindermishandeling intensiever bestrijden. Hiervoor wordt ingezet op preventie, signalering en tijdig ingrijpen. Het streven is dat in 2009 52 procent van de professionals over een meldcode beschikt. In een meldcode wordt stapsgewijs aangegeven wat professionals kunnen doen bij een vermoeden van kindermishandeling. Ook moet er in vijftien regio's een sluitende aanpak van kindermishandeling komen. Voor de uitvoering van het actieplan kindermishandeling is in de periode 2008-2010 17 miljoen euro beschikbaar.
Daarnaast is het streven dat de doorlooptijd bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling voor vijftig procent van de gevallen maximaal tien weken bedraagt en dat de gemiddelde doorlooptijd tien weken is. Er komen voor deze meldpunten nieuwe normen voor wachttijden.
Het kabinet ligt op schema met het halen van de doelstelling.
Naar boven|
Doelstelling 33 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Het kabinet wil een substantiële verhoging van de arbeidsparticipatie. Van 70 procent nu moet deze toegroeien naar 80 procent in 2016. In deze kabinetsperiode zal een belangrijke stap in die richting worden gezet. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Het kabinet streeft ernaar de arbeidsparticipatiegraad te verhogen tot 80
procent in 2016. Om dit te bereiken zijn er afspraken gemaakt met sociale
partners en gemeenten. In 2009 worden verschillende
arbeidsparticipatieverhogende maatregelen van kracht. Deze zijn er enerzijds
op gericht om werken aantrekkelijker te maken door werken lonender te maken.
Anderzijds krijgen gemeenten en UWV/CWI meer instrumenten in handen om mensen
vanuit een uitkering naar werk te re-integreren.
Daarnaast zal het kabinet nog in 2008 een plan van aanpak presenteren, zoals
aangekondigd in de kabinetsreactie op het rapport van de commissie
Arbeidsparticipatie. Hierin staan aanvullende maatregelen om de
arbeidsparticipatie op de lange termijn te verhogen.
Om de doelstelling te halen moeten de voorgenomen acties voortvarend worden uitgewerkt.
Naar boven|
Box 6: Project Iedereen Doet Mee |
|---|
|
De inzet van het kabinet is het verhogen van de participatie in Nederland; via arbeidsparticipatie waar dit mogelijk is en via maatschappelijke participatie voor mensen voor wie een betaalde baan (nog) geen reëel perspectief is. Een hogere arbeidsparticipatie geeft meer mensen de kans om mee te doen aan de steeds snellere maatschappelijke ontwikkelingen, versterkt de sociale samenhang en leidt tot verbreding van het draagvlak van onze sociale voorzieningen. Het doel is om in deze kabinetsperiode een substantiële stap naar 80 procent arbeidsparticipatie te zetten. Benutten van arbeidspotentieelDe commissie Arbeidsparticipatie adviseert het kabinet bovendien om maatregelen te nemen die het onbenutte arbeidspotentieel activeren en meer arbeidsparticipatie stimuleren. Anders dreigt een structureel tekort aan arbeidskrachten. Dit ondermijnt de welvaart en economische groei, bedreigt de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat en leidt tot personeelstekorten in de publieke sectoren. Vooral bij ouderen, vrouwen en allochtonen is nog sprake van onbenut arbeidspotentieel. Daarnaast is het voor jongeren belangrijk om zonder uitval de overstap van onderwijs naar arbeidsmarkt te maken. Het kabinet streeft ernaar om de werking van de arbeidsmarkt te verbeteren door de inzetbaarheid van mensen te vergroten. Hierdoor kunnen mensen behouden worden voor de arbeidsmarkt en ook sneller doorstromen. De vraag en het aanbod van arbeid op regionaal niveau kan sneller en beter bij elkaar worden gebracht, als de publieke arbeidsbemiddeling zich concentreert in Locaties voor Werk en Inkomen. Het kabinet heeft hierover met gemeenten en uitvoeringsinstellingen afspraken gemaakt. Het kabinet wil zich niet neerleggen bij de lage participatie van jonggehandicapten. Als er uitgegaan wordt van wat deze jongeren nog wél kunnen, is er heel veel mogelijk. Daarom ontwikkelt het kabinet plannen tot een meer activerende Wajong, waarin veel steviger wordt ingezet op de re-integratie van Wajongers en een verbeterde aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt door onder andere een gerichte werkgeversbenadering. Het participatiebudget dat de financiële middelen voor re-integratie, inburgering en educatie bundelt, geeft gemeenten bovendien meer ruimte voor maatwerk bij de re-integratie. De overheid heeft zelf ook een taak als het gaat om het 'meedoen' van arbeidsgehandicapten en jonggehandicapten. Het kabinet spant zich daarom in om in 2009/2010 150 Wajongers en 100 WSW'ers in dienst te nemen bij het Rijk. Activiteiten in 2009
Niet voor iedereen is een betaalde baan (direct) een reëel perspectief. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die door handicap of ziekte volledig arbeidsongeschikt zijn. Voor deze groepen is het belangrijk dat ze niet geïsoleerd raken en blijven participeren in de samenleving. Daarom stimuleert het kabinet vrijwilligerswerk en mantelzorg. Andere burgers participeren te weinig in de samenleving door armoede- en schuldenproblematiek of door gebrekkige integratie. Het kabinet intensiveert de bestrijding van armoede, waarbij de aandacht vooral is gericht op het tegengaan van armoede onder kinderen. Ook zijn de kredietregels aangescherpt en wordt 'rood' staan ontmoedigd. Om het project te laten slagen moeten de voorgenomen acties voortvarend worden uitgewerkt. |
Om jongeren de kans te bieden op ontwikkeling en deelname aan de samenleving, is goed onderwijs met voldoende goed onderwijspersoneel nodig. Het kabinet wil de kwaliteit van het onderwijs verbeteren en wil dat de aansluitingen tussen basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en werk versoepelen. De leraren worden beter beloond en het tekort aan leraren wordt teruggedrongen. De problemen die kinderen hebben op school, worden aangepakt. Zo wordt het aantal kinderen dat hun schoolopleiding niet afmaakt, teruggedrongen (project Aanval op Schooluitval).
|
Doelstelling 37 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Verhogen van de kwaliteit van onderwijs onder meer door basisonderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs naadloos aan te laten sluiten op elkaar en op het hoger onderwijs. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
Het kabinet heeft veel in gang gezet om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren. Het doel is om de opbrengst van het onderwijs te verhogen, in het bijzonder dat van het taalen rekenonderwijs. In 2009 stelt het kabinet in alle sectoren referentieniveaus vast voor taal en rekenen/wiskunde. In het mbo wordt voor rekenen en taal centrale examinering ingevoerd. Daarnaast wordt het taal- en rekenonderwijs geoptimaliseerd op de lerarenopleiding voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. In totaal investeert het kabinet in deze kabinetsperiode 115 miljoen euro in rekenen en taal.
Voor veel leerlingen is de overgang van vmbo naar mbo of van het mbo naar hbo moeilijk. Op deze momenten vindt dan ook vaak voortijdig schooluitval plaats. Het kabinet wil deze overgangen beter en efficiënter maken. In 2009 worden daarom experimenten gestart voor het verbeteren van de overgang van het vmbo naar mbo en voor tweejarige hbo-opleidingen om de doorstroom vanuit het mbo te verbeteren.
Het kabinet wil ook de kwaliteit en de organisatie verbeteren van het onderwijs aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Om dit te bereiken krijgen schoolbesturen de verantwoordelijkheid om voor hun leerlingen een passend onderwijszorgaanbod te verzorgen. Hiervoor gaan scholen samenwerken in regionale netwerken. In 2011 moeten er in het hele land regionale samenwerkingsverbanden tussen basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs zijn. In 2009 moet 20 procent van deze samenwerkingsverbanden gerealiseerd worden.
De doelstelling ligt op koers. Om de doelstelling op koers te houden zal in 2009 samen met het onderwijsveld voortvarend worden gewerkt aan de invoering van referentieniveaus voor taal en rekenen en aan de realisatie van samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs.
Naar boven|
Box 7: Project Aanval op Schooluitval |
|---|
|
Schooluitval is een groot maatschappelijk, sociaal én individueel probleem. Het kabinet wil het aantal schoolverlaters terugbrengen van 53 100 in het schooljaar 2006-2007 tot 35 000 in het schooljaar 2010-2011. Een greep uit de maatregelen in 2009:
Om schooluitval tegen te gaan zijn vierjarige convenanten afgesloten
met scholen en gemeenten in 39 regio's. Deze regio's hebben ieder een
Regionaal Meld- en Coördinatiepunt dat de schooluitval in de regio
registreert en de aanpak coördineert. De uitval moet de komende vier jaar
met 40 procent verminderen. Scholen worden gestimuleerd om dit probleem
aan te pakken. Ze krijgen 2000 euro extra voor elke leerling die minder
uitvalt. Hiervoor is in 2009 39 miljoen euro extra beschikbaar, oplopend
tot 71 miljoen euro in 2011. Hiervan is circa 22 miljoen euro voor de
convenanten. Het budget voor de speciale programma's voor
schooluitvallers is in 2009 circa 15 miljoen euro, waarvan 4,8 miljoen
euro voor de vier grote steden. |
|
Doelstelling 38 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Voldoende gekwalificeerd onderwijspersoneel, nu en in de toekomst. |
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
De kwaliteit van leraren is essentieel voor de kwaliteit van het onderwijs. Door de vergrijzing dreigt de komende jaren een tekort aan leraren, vooral in het voortgezet onderwijs. In het najaar van 2007 heeft het kabinet het Actieplan LeerKracht van Nederland opgesteld. In dit actieplan zijn maatregelen genomen om het dreigende kwalitatieve en kwantitatieve tekort aan leraren te voorkomen. In 2009 wordt een begin gemaakt met de uitvoering van het actieplan. De belangrijkste maatregelen zijn:
In 2009 wordt hiervoor ruim 400 miljoen euro uitgetrokken. Dit bedrag loopt op tot ruim 1 miljard euro per jaar in 2020.
De doelstelling ligt op koers. Om de doelstelling op koers te houden, moeten sociale partners goede afspraken maken over verbetering van het loopbaanperspectief en vernieuwing van het levensfasebewust personeelsbeleid. Daarnaast moet de kwaliteit van de leraren(opleidingen) en de instroom in opleiding en beroep worden vergroot.
Naar boven|
Box 8: Project Deltaplan Inburgering |
|---|
|
Een goede beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de
Nederlandse samenleving is noodzakelijk als een burger actief wil
deelnemen aan de samenleving. Momenteel blijven de resultaten van de
inburgering achter; meer dan de helft van de oud- en nieuwkomers behaalt
niet de beoogde niveaus. Activiteiten in 2009
|
|
Doelstelling 45 |
|---|
|
Doelstelling 2011: Kwaliteit van de zorg zichtbaar verhogen in 2011 ten opzichte van 2006 doordat:
|
|
Beoogde effecten en activiteiten in 2009:
|
In 2004 waren er 30 000 vermijdbare incidenten in ziekenhuizen en in 2006 waren er 19 000 vermijdbare ziekenhuisopnamen. In 2012 moet het vermijdbare aantal sterfgevallen met 50 procent zijn gedaald van 1735 naar 867 per jaar. Om deze aantallen terug te brengen is voor het veiligheidsprogramma 9,3 miljoen euro uitgetrokken. Dit programma is in 2008 gestart en eindigt in 2012. Een onderdeel hiervan is dat in 2009 alle ziekenhuizen een zogenoemd veiligheidsmanagementsysteem hebben ingevoerd.
Informatie over de kwaliteit van ziekenhuizen wordt verbeterd. Op kiesBeter.nl kan voor de behandeling van steeds meer aandoeningen een vergelijking worden gemaakt tussen ziekenhuizen. Ook informatie over verpleeg- en verzorgingsinstellingen, thuiszorg en een deel van de GGZ-instellingen is vanaf dit najaar te raadplegen via kiesBeter.nl. De overige sectoren volgen later. In 2011 zal voor alle instellingen in de AWBZ inzicht in kwaliteit beschikbaar zijn. De kwaliteit van de zorgaanbieders in de AWBZ wordt eens in de twee à drie jaar onderzocht met cliëntervaringsonderzoeken.
Het kabinet wil de positie van de cliënt versterken om zorgaanbieders en verzekeraars te prikkelen tot kwaliteitsverbetering. In 2009 treft het kabinet voorbereidingen om de rechten en plichten van cliënten en zorgaanbieders wettelijk vast te leggen. Het is de bedoeling dat de nieuwe wetgeving in 2011 in werking treedt. De onafhankelijke geschilbeslechting krijgt hierbij een impuls. Een cliënt kan snel en laagdrempelig een uitspraak krijgen, als een instelling zijn klacht niet goed afhandelt.
De positie van de circa 220 patiënten-, gehandicapten- en ouderenorganisaties wordt versterkt door een nieuw subsidiesysteem dat meerjarige zekerheid biedt. Hiervoor is circa 40 miljoen euro beschikbaar.
Het kabinet ligt met het halen van de doelstelling op schema. De maatregelen zijn echter pas succesvol, als de burger hiervan de positieve effecten merkt.
Naar boven|
Box 9: Project Actieplan Krachtwijken |
|---|
|
Veertig wijken worden binnen acht tot tien jaar omgevormd tot vitale wijken, waar het prettig wonen en werken is en waarin mensen betrokken zijn bij de samenleving. Het kabinet kan dit niet alleen: het werkt samen met gemeenten, woningcorporaties, bewoners en lokale partijen als scholen, welzijnsinstellingen en ondernemers. WijkactieplannenDe afgelopen periode hebben de gemeenten veertig 'wijkactieplannen'
opgesteld samen met bewoners, corporaties en andere lokale partijen.
Hierin staat hoe de problemen op onder meer de terreinen wonen, werken,
leren en opgroeien, integratie en veiligheid, gezamenlijk zullen worden
aangepakt en welke doelstellingen worden nagestreefd. Omdat elke wijk
andere problemen heeft, is dit voor elke wijk verschillend. In de
charters tussen stad en Rijk wordt beschreven wat zowel de gemeente als
het Rijk bijdragen aan het behalen van de doelstellingen. Concrete activiteiten in 2009 zijn:
Voor het verwezenlijken van de wijkaanpak heeft het kabinet 300
miljoen euro extra vrijgemaakt, waarvan 115 miljoen euro in 2009. Het
grootste deel (157 miljoen euro) is bedoeld voor het financieel
ondersteunen van de wijkactieplannen. Dit komt boven op de extra middelen
voor investeringen als de Centra voor Jeugd en Gezin, brede scholen en
wijkagenten, waarvan een deel van de veertig wijken natuurlijk ook
profiteert. Naast de wijkaanpak is eveneens geld beschikbaar voor
bewonersinitiatieven (75 miljoen euro in de kabinetsperiode). |