Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Het kabinet

Pijler 5 Veiligheid, stabiliteit en respect

In deze paragraaf worden uitgelicht: respect, de vermindering van criminaliteit, het project Veiligheid begint bij Voorkomen, het tegengaan van overlast en verloedering, extra wijkagenten en de aanpak van overmatig alcoholgebruik door jongeren.

Het kabinet wil een samenleving waarin mensen zich veilig, vertrouwd en met elkaar verbonden voelen. Dit is een duidelijke verantwoordelijkheid voor de burger zelf, maar ook de overheid draagt hieraan bij. De overheid kan optreden, als de veiligheid in het geding is.

De ontwikkeling van de veiligheid is relatief gunstig. De daling van het aantal slachtoffers van gewelds- en vermogensdelicten lijkt door te zetten. Bepaalde vormen van criminaliteit en overlast blijken in de praktijk echter weerbarstig, zoals geweldsdelicten. Ook allerlei vormen van overlast en fietsendiefstallen tasten het veiligheidsgevoel aan.

Daarnaast vragen andere soms minder zichtbare vormen van criminaliteit de aandacht, zoals cybercrime, financieel-economische criminaliteit en georganiseerde misdaad. Verder werkt het kabinet verder aan het versterken van de veiligheidsketen, de aanpak van catastrofaal terrorisme en de vorming van veiligheidsregio's voor crisisbeheersing en rampenbestrijding.

Een voorwaarde voor veiligheid is dat burgers respectvol met elkaar omgaan. Naast de aanpak van agressie tegen werknemers met een publieke taak, is er aandacht voor buurtbemiddeling, het bevorderen van gedragscodes en het tegengaan van radicalisering. Ook komt er een scherper vergunningenbeleid binnen het prostitutiebeleid en meer gemeenten met coffeeshops moeten volgend jaar een afstandcriterium tot scholen hanteren (in 2011 alle gemeenten).

In deze paragraaf wordt specifiek uitgelicht: respect, de reductie van criminaliteit en het project Veiligheid begint bij Voorkomen, het tegengaan van overlast en verloedering, extra wijkagenten en de aanpak van overmatig alcoholgebruik door jongeren.

Respect

Doelstelling 49

Doelstelling 2011: Door gerichte maatregelen bevorderen van een respectvolle omgang van mensen met elkaar en van fatsoen in het maatschappelijke verkeer.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • Het aantal werknemers met een publieke taak dat te maken krijgt met ongewenst gedrag, vermindert van 66 procent in 2007 naar 56 procent in 2009;
  • Het programma Veilige Publieke Taak bevat verschillende activiteiten om agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak terug te dringen;
  • Het kabinet gaat het hanteren van gedragscodes en geweldloze conflictoplossing bevorderen.

Toelichting

Veel werknemers met een publieke taak zoals ambulancemedewerkers en politieagenten, komen tijdens hun werk in aanraking met agressie en geweld. Het aantal werknemers dat te maken heeft met ongewenst gedrag, moet verminderen van 66 procent in 2007 naar 51 procent in 2011.

Het programma Veilige Publieke Taak is in het najaar van 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd. Een van de maatregelen om agressie en geweld tegen te gaan, is voorlichting voor respect en tegen geweld. Dit is gericht op werkgevers en werknemers. Om de werknemer te beschermen worden fysieke maatregelen genomen op de werkplek en worden werknemers beter voorbereid op agressief gedrag. Daarnaast wordt de pakkans van de daders vergroot door onder meer de aangiftebereidheid te verbeteren en door meer lik-op-stukbeleid. In dit lik-op-stukbeleid worden daders verantwoordelijk gesteld voor hun gedrag, onder meer bestuursrechtelijk en strafrechtelijk, en zij worden civielrechtelijk aansprakelijk gesteld voor de schade.

Gedragscodes en geweldloze conflictoplossing in de vorm van buurtbemiddeling en jongerenbemiddeling worden gestimuleerd. Deze maatregelen zijn gericht op het bevorderen van de maatschappelijke discussie over waarden, normen, omgangsvormen en grenzen. Hiermee kan escalatie van conflicten worden voorkomen en kan de onderlinge relatie tussen burgers worden behouden en zelfs versterkt.

Het kabinet ligt met het halen van de doelstelling op schema, maar er is een verbreding nodig naar andere terreinen zoals minder agressie in het verkeer en een veiliger media-aanbod.

Naar boven

Criminaliteit

Doelstelling 50

Doelstelling 2011:

  • reductie van de criminaliteit met 25 procent in 2010 ten opzichte van 2002 door 19 procent minder geweldsdelicten en 5 procent minder vermogensdelicten;
  • verbetering ophelderingspercentage met 15 procent;
  • daling criminaliteit tegen ondernemingen met 25 procent;
  • daling recidive met 10 procentpunt.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • het aantal gewelddelicten daalt, onder andere door aanpak risicofactoren agressief gedrag;
  • er komen 125 forensisch assistenten en extra wijkagenten bij;
  • alle ex-gedetineerde jongeren krijgen nazorg;
  • eind 2009 zijn er veertig veiligheidshuizen.

Toelichting

Het kabinet streeft naar 25 procent minder criminaliteit ten opzichte van 2002. Op het gebied van vermogensdelicten is de doelstelling al behaald. Het aantal geweldsdelicten moet in de periode 2008 tot en met 2010 nog verder worden gereduceerd met 14 procent. Om dit te bereiken pakt het kabinet de risicofactoren aan voor agressief gedrag zoals alcoholgebruik en vindt er meer bemiddeling plaats in buurten. Ook is er aandacht voor huiselijk en eergerelateerd geweld.

De criminaliteit tegen ondernemingen wordt aangepakt via het Actieplan Veilig Ondernemen III. De inzet van extra forensisch assistenten moet het ophelderingspercentage verbeteren met 15 procent in 2010 ten opzichte van 2007. De overgang van detentie naar vrijheid is een cruciale fase voor het verminderen van het recidiverisico. Hiertoe is een integrale aanpak op het terrein van nazorg van belang. Het kabinet werkt samen met de VNG aan het samenwerkingsmodel Rijk-gemeenten, dat de gemeentelijke coördinatiepunten moet uitbreiden en verstevigen. Verdere afspraken over veiligheid staan in het Bestuursakkoord dat in 2007 is gesloten met de gemeenten.

Het kabinet ligt op schema met de uitvoering van de maatregelen; de aanpak van geweldsdelicten vergt extra aandacht.

Naar boven

Project Veiligheid begint bij Voorkomen

Box 10: Project Veiligheid begint bij Voorkomen


Het project Veiligheid begint bij Voorkomen (VbbV) heeft als doel de criminaliteit in 2010 met 25 procent terug te brengen ten opzichte van 2002. In 2007 is de criminaliteit verder gedaald en is de doelstelling voor het aantal vermogensdelicten al gehaald. Wel moet nog stevig worden gewerkt aan verdere vermindering van het aantal geweldsdelicten, met nog 14 procent vanaf 2008 tot en met 2010. Voor deze daling zijn extra maatregelen nodig zoals de aanpak van risicofactoren voor agressief gedrag (bijvoorbeeld alcohol en geweld in de media), meer bemiddeling in buurten en voor jongeren en meer aandacht voor huiselijk en eergerelateerd geweld. Daarnaast moet het ophelderingspercentage verbeteren met 15 procent in 2010 ten opzichte van 2007. Dit moet worden bereikt door de inzet van extra forensische assistenten bij de politie. In 2009 gaan 125 nieuwe assistenten aan de slag.

Criminaliteit tegen bedrijven

De Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven (MCB) 2007 laat opnieuw een daling zien in de criminaliteit waarvan het bedrijfsleven slachtoffer wordt. Het kabinet wil een verdere daling van de criminaliteit tegen ondernemingen met 25 procent in 2010 ten opzichte van 2007. Recent is het project Financieel-economische Criminaliteit gestart, dat de weerbaarheid tegenover oplichting en fraude moet vergroten. Ook het project Veiligheid van Kleinere Bedrijven helpt deze vorm van criminaliteit verder terug te dringen. Binnen dit programma wordt een individuele veiligheidsscan ontwikkeld, zodat de ondernemer de juiste veiligheidsmaatregelen kan treffen.

Recidive en gedragsverandering

Een van de doelstellingen is een daling van de recidive met 10 procentpunten. Korte vrijheidsstraffen dragen niet altijd bij aan het terugdringen van recidive. Het is daarom van belang dat de rechter sancties kan opleggen die het recidiverisico via gedragsverandering verminderen. Voorwaardelijke sancties met specifiek op de dader toegespitste bijzondere voorwaarden zijn daarvoor kansrijk. Een wetswijziging zal in 2009 aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

Gedragsverandering wordt bevorderd door de voorwaardelijke straf consequent om te zetten in gevangenisstraf, als iemand de voorwaarden niet naleeft. Ook als de rechter wél een korte vrijheidsstraf oplegt, is een individuele benadering belangrijk. In 2009 krijgen de veranderingen in het gevangeniswezen verder vorm. Alle gedetineerden worden bij binnenkomst op een gestandaardiseerde wijze gescreend en krijgen op basis hiervan een passend arbeids-, onderwijs- en/of zorgaanbod.

Overgang naar vrijheid

De overgang van detentie naar vrijheid is een cruciale fase voor het verminderen van het recidiverisico. Het is van belang de problemen die burgers hebben en veroorzaken aan te pakken bij de kern. Dit gebeurt door invoering van persoonsgebonden verlof, het stellen van voorwaarden aan de invrijheidstelling en consequent toezicht op de naleving daarvan. In 2009 worden afspraken gemaakt over uitbreiding en versteviging van gemeentelijke coördinatiepunten, zodat gemeenten beter hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Aanpak jeugdcriminaliteit

Ook moet de recidive van jeugdige criminelen met tien procentpunten verminderen, van bijna 60 procent naar 50 procent in de periode 2002-2010. Het kabinet geeft in 2009 veel aandacht aan het stimuleren van het gebruik van de gedragsbeïnvloedende maatregel en nazorg. De gedragsbeïnvloedende maatregel maakt een effectieve, op de persoon toegesneden sanctie mogelijk en draagt daardoor bij aan het verminderen van recidive. Daarnaast is bepalend voor het slagen van een sanctie dat jongeren goed worden begeleid bij de terugkeer in de samenleving vanuit een justitiële jeugdinrichting. Deze geslaagde terugkeer wordt bevorderd door een benadering waarbij het verblijf in de inrichting en het voor- en natraject goed op elkaar aansluiten. Dit draagt bij aan de continuïteit van de begeleiding. Vanaf 2009 zal op deze manier worden gewerkt. De Raad voor de Kinderbescherming voert hierbij de regie.

Veiligheidshuizen

Een van de doelstellingen van het kabinet is het bereiken van een effectieve, persoonsgerichte aanpak. Veiligheidshuizen leveren hieraan een bijdrage. In veiligheidshuizen werken gemeenten, jeugd- en zorginstellingen, politie en justitie samen. Medio 2009 wil het kabinet het aangekondigde landelijk dekkend netwerk van veiligheidshuizen realiseren.
 
Bovengenoemde maatregelen zullen in 2009 moeten bijdragen aan het halen van de doelstelling.



Naar boven

Tegengaan verloedering en overlast

Doelstelling 52

Doelstelling 2011: Een kwart minder fysieke verloedering en ernstige sociale overlast in 2010 ten opzichte van 2002.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • minder overlast en verloedering;
  • de inzet van instrumenten als het 'gebiedsverbod' en de bestuurlijke boete of strafbeschikking geeft gemeenten een sterkere rol bij het bestrijden van overlast;
  • de aanpak van overlastgevende kinderen onder de 12 jaar.

Toelichting

De maatregelen in het 'Actieplan overlast en verloedering' moeten ervoor zorgen dat de overlast en de verloedering vanaf 2008 tot en met 2010 met respectievelijk 17,5 en 18,5 procent ten opzichte van 2002 worden verminderd. Het effectief aanpakken van overlast door jongeren, uitgaansoverlast en overlast en verloedering van de woon- en leefomgeving staat centraal. Het gebiedsverbod maakt het bijvoorbeeld mogelijk om sneller en effectiever ernstige overlastgevers aan te pakken. Daarnaast wordt een wetsvoorstel voorbereid om burgemeesters meer bevoegdheden te geven in bepaalde situaties. Ook wordt gezocht naar juridische mogelijkheden om opvoedingsondersteuning dwingend op te leggen.

Het kabinet zal via een stevige gezinsbenadering én verbeterde afstemming tussen veiligheid en zorg het overlastgevend gedrag van kinderen onder de 12 jaar aanpakken. Om beter zicht te kunnen krijgen op de omvang van de groep wordt een sluitende registratie ingevoerd. Daarnaast gaat het om het tijdig signaleren en alert reageren op ongewenst gedrag en een niet-vrijblijvende samenwerking tussen politie en jeugdzorg. Ouders zullen worden aangesproken op het gedrag van hun kind. Waar ouders hun verantwoordelijkheid niet nemen, is mogelijk de inzet van jeugdbeschermingsmaatregelen aan de orde, zo nodig in combinatie met verplichte opvoedingsondersteuning.

Het kabinet ligt op schema met het uitvoeren van de maatregelen, maar het vergt een langere adem voordat de effecten hiervan volledig voelbaar zijn.

Doelstelling 53

Doelstelling 2011: Vijfhonderd extra wijkagenten.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • het werven en opleiden van wijkagenten. Om de vacatures op te vullen kunnen korpsen al in 2008 mensen naar de opleiding sturen.

Toelichting

Wijkagenten spelen niet alleen een grote rol in de bestrijding van overlast en criminaliteit, maar ook in het voorkomen en het in een vroeg stadium indammen ervan. Zij dragen bij aan sociale rust en het gevoel van veiligheid in wijken. Er is een traject van vier jaar afgesproken, waarin het aantal wijkagenten moet toenemen en de vacatures geleidelijk moeten worden opgevuld. Het streven is om op 31 december 2011 vijfhonderd extra wijkagenten te hebben. De opleiding voor basispolitiezorg duurt maximaal vier jaar, zij-instromers volgen verkorte opleidingen. Hiervoor is in 2009 12 miljoen euro beschikbaar, oplopend tot 24 miljoen euro in 2011.

Het kabinet ligt op schema met het halen van de doelstelling.

Naar boven

Aanpak alcoholgebruik onder jongeren

Doelstelling 55

Doelstelling 2011: Aanpak overmatig alcoholgebruik door jongeren.

Beoogde effecten en activiteiten in 2009:

  • het percentage drinkende jongeren van 12 tot en met 15 jaar moet in 2011 teruggebracht zijn tot 62 procent. In 2003 was dit 82 procent. Het percentage 12-jarigen dat ooit alcoholhoudende drank heeft gedronken, moet in 2011 zijn teruggebracht van 56 tot 50 procent;
  • proefdraaien met gemeentelijk toezicht;
  • indienen wetsvoorstel over overheveling van toezicht naar gemeenten;
  • het bezit van alcohol strafbaar stellen voor jongeren onder de 16 jaar;
  • wetsvoorstel om de alcoholreclames op radio en tv tot 21.00 uur 's avonds te verbieden.

Toelichting

Jongeren beginnen steeds jonger met drinken, bovendien drinken zij steeds meer. Alcohol moet voor hen minder gemakkelijk verkrijgbaar zijn. De belangrijkste verantwoordelijkheid ligt bij de ouders en opvoeders. Zij moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat hun kinderen vóór hun 16e geen alcohol drinken. Het kabinet steunt dit met voorlichting en wet- en regelgeving. Wettelijk is vastgelegd dat alle verstrekkers van alcohol de leeftijd van jongeren vooraf moeten controleren. De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) gaat hier strenger op controleren. De gemeente kan bij overtreding de Drank- en Horecawetvergunning intrekken, ook bij supermarkten. In het voorjaar van 2009 komt het kabinet met een wetsvoorstel dat het toezicht op de Drank- en Horecawet (waaronder de leeftijdgrenzen) in 2010 overhevelt naar de gemeenten. Gemeenten kunnen dan zelf bepalen hoe zij hun beleid willen handhaven. In de tussenliggende periode wordt in vijftien gemeentelijke regio's proefgedraaid met gemeentelijk toezicht.

Het kabinet neemt verder de volgende extra maatregelen: geen alcoholreclames op tv en radio tot 21.00 uur, boetes voor jongeren onder de 16 die op straat alcoholhoudende drank bij zich hebben, en betere nazorg voor jongeren die met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis zijn opgenomen.

Om dit doel te halen moeten gemeenten in staat zijn om het lokale toezicht en de handhaving goed uit te voeren.

Naar boven