U bevindt zich op: Home › Het kabinet › Eerdere kabinetten › Kabinet-Balkenende II Huidig dossier: Kabinet-Balkenende II
Op 11 juni 2003 heeft minister-president Balkenende in de Tweede Kamer de regeringsverklaring van het kabinet-Balkenende II afgelegd.
Mdv,
Het kabinet wil: Meer mensen aan het werk. Groei van het nationale inkomen. Een betere publieke dienstverlening in zorg, onderwijs en veiligheid. Beheersing van de staatsschuld om de lasten van de vergrijzing te kunnen betalen.
Het zal niet makkelijk worden dit alles te realiseren. Nederland verkeert
niet alleen in een recessie, maar heeft ook ten opzichte van andere landen
structurele achterstanden opgelopen. Niets doen totdat het weer beter gaat,
is geen serieuze optie. Dan kan Nederland niet aanhaken wanneer de
wereldeconomie weer aantrekt. Dan raken we dieper het dal in.
Dit kabinet zet in op vernieuwing en versterking van de economie. Wil
investeren in kennis, veiligheid, mobiliteit en duurzaamheid. Met meer
activerende sociale voorzieningen. Met verbetering van het openbaar bestuur.
Met minder regels. Het doel omvat echter meer dan "meer werk en minder
regels". Wij willen ons inzetten voor een samenleving waarin mensen meedoen.
Voor een Nederland dat meer is dan een BV met bijna 16 miljoen mensen. Het
gaat om samenhang en saamhorigheid. Verantwoordelijkheid is niet alleen iets
voor de overheid. Het kabinet doet een appèl op ieder individu en elke
organisatie.
Deze tijd vraagt om nieuwe oriëntaties. Veel burgers hebben het idee dat de
overheid onvoldoende begrip heeft voor hun problemen. En voelen zich
ongemakkelijk in een veranderend Nederland.
Hoe gaan we eigenlijk met elkaar om?
Dit kabinet zal investeren in politieke en maatschappelijke vernieuwing, in
meer individuele verantwoordelijkheid en meer gemeenschapsbesef. Het
kabinet zal het algemeen belang en de toekomst voorrang geven boven
deelbelangen en de korte termijn.
Al deze doelen staan in een internationale context. De Europese Unie is een
fundament van ons economisch, politiek en maatschappelijk potentieel. Het
grote aandeel van Nederland in internationale samenwerking en in
vredesmissies versterkt evenzeer onze eigen ontwikkeling.
'Meedoen, meer werk, minder regels.' Dat is de lijn waarlangs het kabinet
zijn antwoord op de zware eisen van deze tijd formuleert.
In deze regeringsverklaring presenteert het kabinet zich aan uw Kamer. Ik zal
eerst iets zeggen over de formatie, voordat ik verder stilsta bij de
hoofdlijnen van het beleid.
In het afgelopen jaar hebben twee verkiezingen voor de Tweede Kamer
plaatsgevonden. Zij hebben aanzienlijke verschuivingen in de Tweede Kamer
teweeg gebracht. Er zijn twee formaties geweest. De verschillende fases in
beide formaties zijn besproken en verantwoord in eerdere debatten in uw
Kamer.
De verkiezingsuitslagen van 15 mei 2002 en van 22 januari 2003 zijn vooral
een oproep van de kiezer om problemen duidelijk te benoemen. En om deze met
effectief beleid te beantwoorden.
De vorming van een kabinet mag daarom niet uitsluitend gericht zijn op een zo
breed mogelijke parlementaire samenstelling. Bepalend is het vertrouwen dat
problemen voortvarend en saamhorig worden aangepakt. CDA, VVD en D66 zijn tot
die inhoudelijke samenhang en zo tot de basis voor een vruchtbare
samenwerking gekomen.
Deze drie partijen hebben ook verdere stappen gezet op de weg naar politieke
vernieuwing. Het Hoofdlijnenakkoord is bewust kort. Dat geeft meer ruimte
voor debat met de Kamer. Dat geeft het kabinet meer ruimte voor het opstellen
van zijn beleidsprogramma dat op Prinsjesdag zal worden gepresenteerd. Ook
nieuw is dat gezamenlijk met alle kandidaat-bewindslieden, nog voor het
constituerende beraad, een bijeenkomst is gehouden gericht op samenwerking en
éénheid van het kabinetsbeleid.
Mdv, ik kom nu toe aan het beleid.
De Nederlandse economie is in een cruciale fase beland. Er is een risico dat
we meer en meer op achterstand komen te staan. Er zijn kansen om de weg naar
herstel in te slaan.
Ten opzichte van de recessie van begin jaren '80 zijn de economische
fundamenten en de overheidsfinanciën beter. Maar de toekomst heeft ook
duidelijk meer risico's dan destijds. Toen was er nog een groeiend
arbeidsaanbod van jongeren. Nu zijn de lasten van een vergrijzende bevolking
zeer dichtbij.
Ten opzichte van de crisis van begin jaren '90, is de terugval nu nog
heviger. De werkloosheid is ten opzichte van 2001 met 150 duizend gestegen,
en is op weg naar 500 duizend. Nederland presteert op groei, werkgelegenheid
en inflatie al drie jaar slechter dan het Europees gemiddelde.
De neergang van de internationale economie is zeker een oorzaak van de
economische recessie. Maar er is meer aan de hand dan een conjunctureel
probleem. De kracht van onze economie heeft structurele achterstand
opgelopen.
De pensioenlasten groeien ons boven het hoofd. Daarnaast lopen sinds 1998 de
arbeidskosten aanzienlijk sterker op dan in het buitenland.
Een meerjarige beheersing van de loonkosten en van de pensioenkosten is niet
het enige, maar wel de eerst noodzakelijke voorwaarde voor economisch
herstel. Matiging is nodig in de publieke sector. Omdat die wordt betaald uit
belastingen van burgers en bedrijven. En de lasten moeten niet omhoog. Anders
wordt economisch herstel bij voorbaat onmogelijk.
Matiging is nodig van uitkeringen. Ambtenarensalarissen en uitkeringen gaan
gelijk op. Om te voorkomen dat de werkloosheid structureel verder oploopt. De
beste inkomensverhoging is het krijgen van een baan.
Matiging is nodig in de marktsector. Omdat er nu per maand meer dan
tienduizend werklozen bij komen.
Matiging in de marktsector ligt in de handen van werkgevers en van
werknemers. Het kabinet is er van overtuigd dat zij dit belang zien. Werk is
tenslotte meer dan inkomen. Het betekent ook behoud van eigenwaarde en
sociale participatie. Tegenover de matiging van de lonen staat flankerend
inkomensbeleid voor kwetsbare groepen ouderen en voor gezinnen. En middelen
om het aanvaarden van werk meer lonend te maken.
Ook zal het kabinet, mede gelet op het komende advies van de
Commissie-Tabaksblatt, op Prinsjesdag voorstellen presenteren om excessieve
stijging van topinkomens aan banden te leggen.
Het kabinet is zich er ten volle van bewust dat veel maatregelen in het
Hoofdlijnenakkoord ingrijpend zijn.
Bijvoorbeeld in de zorg met verkleining van het verzekerde pakket en het
invoeren van een verplicht eigen risico. Deze maatregelen zijn echter
absoluut noodzakelijk om de explosief stijgende zorgkosten af te remmen. De
premies alsmaar laten stijgen is geen optie.
De maatregelen zijn ook verantwoord. De eigen betalingen van burgers aan
gezondheidszorg zijn in Nederland ook na invoering van deze maatregelen
internationaal vergeleken nog steeds laag.
Bovendien werkt het kabinet aan de invoering van een nieuw zorgstelsel waarin
de zorgkosten door invoering van een zorgtoeslag rechtvaardiger worden
verdeeld dan nu. En waardoor in de zorg efficiënter met het beschikbare
budget kan worden omgegaan.
MdV,
De keuze is niet gemakkelijk, maar wel verantwoord en noodzakelijk. Nederland
staat op een tweesprong. Nemen wij met deze moeilijke maatregelen de weg
omhoog naar economisch herstel? Of laten we het op z'n beloop en zakken we
verder weg?
Het lijkt verleidelijk om geen pijnlijke maatregelen te nemen. Maar één ding
is dan zeker: de weg omhoog wordt twee keer zo lang, en dubbel zo zwaar. In
1979 ontweken de politiek en de sociale partners de keuze voor een moeilijk
maar doeltreffend beleid. In 1982 bleek de keuze alsnog onvermijdelijk. In
1991 durfde het toenmalige kabinet Lubbers-Kok het wel aan om tijdig zeer
lastige, maar doeltreffende maatregelen te nemen. Het bleek de opmaat voor
een "Dutch miracle" van bijna ononderbroken hoge groei tussen 1994 en 2001.
We moeten nu gezamenlijk en zonder aarzelingen de weg naar "meer werk"
inslaan.
MdV,
Het kabinet wil meer dan alleen de recessie aanpakken.
'Meer werk' vereist ook dat de Nederlandse economie op een hoger plan komt.
Daarvoor zijn het innovatief vermogen en het ondernemerschap van het
bedrijfsleven uiteindelijk doorslaggevend.
De overheid kan daar wel aan bijdragen. Ondanks de krappe overheidsfinanciën
zal structureel extra geld beschikbaar komen voor kennis, onderwijs en
onderzoek. In een Innovatieplatform zal het kabinet met deskundigen uit
onderwijs- en
onderzoeksinstellingen en bedrijfsleven een strategie voor kennisontwikkeling
opstellen. Het moet een katalysator worden die het beste uit Nederland naar
boven haalt. Geen verkokering, maar vernieuwing. Meer ruimte aan creativiteit
geven.
Daar waar de overheid en de sociale partners beide een verantwoordelijkheid
hebben - scholing en opleiding, lonen en pensioenen, werkgelegenheid - gaat
het kabinet serieus in gesprek met de sociale partners. Hoge prioriteit heeft
de aanpak van de jeugdwerkloosheid. Zodat jongeren perspectief hebben en er
geen generatie voor de arbeidsmarkt verloren gaat.
De arbeidsparticipatie kan stijgen door terugdringing van het aantal
arbeidsongeschikten, door een meer activerende werking van WW en door
ontmoediging van vervroegd uittreden.
Dat is ook nodig om in Nederland goede, op moderne leest geschoeide sociale
basisvoorzieningen te houden. Om arbeid en zorg beter te kunnen combineren
komt er een levensloopregeling voor gezinnen.
MdV,
De kwaliteit van de publieke dienstverlening moet beter. De werknemers in de
publieke sectoren willen dat ook, maar zij hebben vaak de mogelijkheid niet
om verbeteringen aan te brengen. De bureaucratie ontneemt de ondernemer en de
professional het eigen initiatief. Het geeft de burger een excuus om zich
niet verantwoordelijk te voelen. We zijn in een spiraal beland waarin ieder
probleem en incident leidt tot nieuwe regels, die weer hun eigen problemen
veroorzaken. Een situatie ook, waarin extra middelen onvoldoende rendement
opleveren.
De overheid zal zich moeten bezinnen op haar functioneren. Het is een illusie
dat de overheid ieder risico en ongemak kan wegnemen of voorkomen. We moeten
de aandrang weerstaan om ieder incident te beantwoorden met regelgeving.
Minder pretenties in het beleid, maar die dan ook waarmaken. Minder regels,
en dan echt handhaven. Het kabinet zal vaker een appèl doen
op verantwoordelijkheidsbesef en burgerschap. De balans herstellen
tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid. Rechten en plichten.
Werken aan herstel van het gezag van de overheid. Daarbij is ook nodig dat de
werkwijze en de organisatie van de overheid
worden gemoderniseerd. Dat transparantie, slagvaardigheid en verantwoording
worden verbeterd.
Het kabinet wil minder regels om zo meer ruimte te geven aan burgers en
organisaties.
De overheid moet kaders vaststellen en toetsen op kwaliteit. Dan kunnen
schoolbesturen, ouders, onderwijsgevenden en leerlingen zelf beoordelen hoe
het onderwijs op een school het best kan worden ingericht. Het kabinet gaat
daar ruimte voor geven door deregulering en samenvoeging van budgetten.
Het rijk legt haar visie neer in één nota Ruimte. Provincies en gemeenten
krijgen dan meer ruimte voor een samenhangend en effectiever ruimtelijk en
mobiliteitsbeleid. Regionale diversiteit mag ook doorklinken in het
cultuurbeleid.
In de zorg moet de regeldruk fors omlaag. Er moeten waar mogelijk normale
marktverhoudingen ontstaan. Waarbij werknemers in de zorg worden uitgedaagd
om goede zorg te bieden tegen zo laag mogelijke kosten. Waarbij zij de ruimte
hebben om mogelijkheden voor verbetering om te zetten in de praktijk.
Terugdringing van administratieve lasten krijgt topprioriteit. Die hinderen
bedrijven in hun groeimogelijkheden. Dat geldt voor alle sectoren, en zeker
ook voor de landbouwsector. Bestaande en nieuwe regelgeving worden kritisch
beoordeeld op nut en noodzaak. En dat geldt ook in het verband van de
Europese Unie.
MdV,
De overheid moet richting geven, maar maakt de samenleving niet. Dat doen de
burgers van dit land. Door de manier waarop zij met elkaar omgaan. Een
samenleving ontleent haar kracht aan fundamentele waarden en normen. Het
kabinet wil daar concreet aan bijdragen. Onderwijs, ook voor nieuwkomers, is
daarbij de basis. De manier waarop mensen in de publieke ruimte met elkaar
omgaan is een belangrijke toetssteen.
Het is echter geen zaak van het kabinet alleen. De samenleving is alleen
vitaal als iedereen kan, mag en wil meedoen. Als mensen eerst zelf
verantwoordelijkheid nemen, en pas daarna naar anderen kijken of iets van de
overheid verwachten. Een van de drie kernthema's van dit kabinet is daarom
'Meedoen'.
Meedoen heeft betrekking op ouders die zich zelf verantwoordelijk voelen voor
het opvoeden van hun kinderen. Op mensen die niet onverschillig de andere
kant uit kijken als er problemen zijn in de eigen buurt. Maar ook op
jeugdzorginstellingen die niet door gebrek aan onderlinge afstemming de
problemen in een gezin volledig uit de hand mogen laten lopen. Het kabinet
wil daartoe een stevige impuls geven aan een betere jeugdzorg.
Meedoen vindt ook een uiting in maatschappelijke activiteiten waar gelukkig
al veel vrijwilligers zich voor inzetten. Zoals cultuur, sport, en zorg voor
andere mensen die hulp nodig hebben; hier of elders op de wereld.
Meedoen gaat ook over mensen die zich samen verantwoordelijk weten voor de
kwaliteit van hun omgeving. Die normen en regels niet zien als iets wat van
de overheid moet, maar als iets wat we met zijn allen zo willen. En die zich
gesteund weten door de overheid. Daarvoor moeten toezichthouders en politie
veel meer zichtbaar aanwezig zijn. Zal de politie over de bevoegdheden
beschikken om
effectief te kunnen optreden. Moet de burger er op kunnen vertrouwen dat
zaken die worden aangebracht een serieus vervolg krijgen. Dat vergt een beter
en in samenhang werkend politiebestel, openbaar ministerie, rechterlijke
macht en gevangeniswezen.
Meedoen betekent ook bijdragen aan behoud en herstel van ons milieu, de
natuur en een vitaal landelijk gebied. Niet alleen door de overheid, maar ook
door particulier initiatief.
Meedoen slaat zeker ook op immigranten in ons land. Iemand die zich blijvend
wil en mag vestigen in ons land, kan zich niet als toeschouwer in onze
maatschappij opstellen. Daarmee doet hij niet alleen zichzelf tekort, maar
ook zijn kinderen en de hele samenleving waarin hij leeft. Het kabinet stelt
daarom scherpere eisen bij inburgering. De eigen verantwoordelijkheid van de
immigrant staat daarbij voorop. Wie deel wil uitmaken van onze maatschappij
moet daar ook zelf iets voor doen. En mag op die basis ook verwachten dat
onze samenleving hem of haar volwaardig opneemt. Leven in Nederland is niet
vrijblijvend.
Een vitale democratie bestaat bij de gratie van betrokken burgers. Velen
hebben het idee dat hun opvattingen onvoldoende doorklinken in
overheidsbeleid. Dat leidt tot onverschilligheid. Het kabinet wil laten zien
dat het de moeite waard is om je stem te laten horen. Daarom zet zij ook in
op verbetering van het bestuur en van de democratie. Door herziening van het
kiesstelsel met meer nadruk op het eigen mandaat van de individuele
volksvertegenwoordiger. En door de rechtstreeks door de bevolking gekozen
burgemeester.
MdV,
Onze nationale problemen zijn groot, maar we moeten onze aandacht daartoe
niet beperken. Nederland is geen eiland.
Nederland doet niet slechts mee in de Europese Unie; het vormt er een
onlosmakelijk deel van. Economisch, politiek en ook als waardengemeenschap.
De Unie zal in de komende periode een nieuw gezicht krijgen met tien nieuwe
lidstaten, een nieuw verkozen Europees parlement en een nieuwe Commissie. In
de Conventie en de komende IGC zal de Unie slagvaardiger moeten worden.
Het
kabinet wil in het hart van de Europese discussie staan en zal dat letterlijk
doen tijdens het voorzitterschap in 2004. We zullen nadrukkelijk stappen
vooruit moeten durven zetten. Verdieping is een voorwaarde voor
verbreding.
Tijdens het voorzitterschap zijn onder meer de financiële huishouding van de
Unie, de afronding van de toetredingsonderhandelingen met Bulgarije en
Roemenië, de relatie tussen Turkije en de EU, de beoogde afsluiting van de
WTO ontwikkelingsronde, verdergaande harmonisatie van asiel- en
migratiebeleid, de transatlantische betrekkingen en de strijd tegen het
internationale terrorisme en
proliferatie van massavernietigingswapens belangrijke aandachtspunten.
In de relaties binnen het Koninkrijk kan de samenwerking tussen de landen
worden versterkt. Ook hier geldt dat ieders verantwoordelijkheid voorop
staat. Het kabinet kiest ook voluit voor internationale samenwerking. Omdat
we het als een morele plicht zien om bij te dragen aan de ontwikkeling van
arme landen. En omdat het in ons eigen belang is dat de stabiliteit in de
wereld wordt vergroot door versterking van de internationale
rechtsorde.
Het kabinet blijft 0,8 procent van het BBP uittrekken voor ontwikkelingshulp.
Streeft naar eerlijke kansen voor arme landen, bijvoorbeeld door betere
markttoegang en afbouw van handelsverstorende subsidies.
We zullen in NAVO-verband en in de EU blijven werken aan internationale
veiligheid. In diverse operaties bijdragen aan het bestrijden van terrorisme,
het bevorderen van vrede en mensenrechten elders op de wereld. Na Afghanistan
ontlopen wij ook in Irak onze verantwoordelijkheid niet. De
defensieorganisatie wordt steeds meer op deze taken toegesneden.
MdV,
Dit is geen gemakkelijke tijd. Het kabinet heeft dan ook geen makkelijke
boodschap. Krampachtig vasthouden aan bestaande belangen en rechten is voor
ons geen serieuze optie. We zullen een stap terug moeten zetten om de sprong
vooruit mogelijk te maken.
Daarbij moeten we de lasten eerlijk verdelen. Een werkelijk sociaal beleid is
op dit moment een krachtig hervormingsbeleid. Dat biedt perspectief. Voor oud
en jong. Voor nu en voor de toekomst.
Daarom gaat het kabinet met overtuiging het debat aan met uw Kamer en met de
samenleving. Het kabinet kiest voor de weg omhoog.
Dat zal echter alleen lukken wanneer iedereen zich betrokken voelt en
betrokken wordt. In dit geval geldt: vele handen maken meer werk!