U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Internationaal
In 2003 werden Nederlandse militairen naar het zuiden van Irak uitgezonden. Zij namen deel aan de internationale stabilisatiemacht Stabilisation Force Iraq (SFIR). Op 7 maart 2005 is de missie beƫindigd.
Op 31 juli 2003 werden circa 1100 militairen uitgezonden naar de provincie Al-Muthanna in het zuiden van Irak. In eerste instantie zouden de troepen zes maanden in Irak blijven. Op 28 november 2003 besloot het kabinet de missie met een half jaar te verlengen; op 11 juni 2004 werd de Nederlandse militaire bijdrage opnieuw verlengd. De Nederlandse militairen zijn tot 7 maart 2005 in Irak gebleven.
Het kabinet wilde met de missie bijdragen aan het herstel van de
veiligheid en de stabiliteit in Irak. Daarnaast werkten de Nederlandse
soldaten mee aan de humanitaire hulpverlening en de wederopbouw. De missie
moest er ook toe bijdragen dat de Irakese bevolking het land zo snel mogelijk
weer zelf kan besturen.
De soevereiniteitsoverdracht heeft vervroegd plaatsgevonden op 28 juni
2004.
De Nederlandse missie stond onder de commando van de Britse divisie, die de controle heeft over het zuiden van Irak. Dit betekende dat de taken, opdrachten en prioriteiten door de Britse eenheden werden vastgesteld. Een eventuele beslissing om de Nederlandse soldaten terug te trekken, zou altijd door het Nederlandse kabinet zelf worden genomen.
Het kabinet achtte de veiligheidssituatie in de provincie Al-Muthanna potentieel gevaarlijk. Volgens het kabinet had de internationale troepenmacht genoeg middelen om te kunnen reageren op een plotselinge escalatie van geweld. In geval van gewapende conflicten konden de Nederlandse troepen een beroep doen op de Britse divisie in Zuid-Irak.
Het is de bedoeling dat de Irakezen in de toekomst zelf de politieke en
economische wederopbouw voortzetten. Tot november 2004 heeft het Nederlandse
detachement daarom ongeveer 2.800 Iraakse veiligheidsfunctionarissen
opgeleid. In maart 2005 moeten de Iraakse veiligheidsorganisaties in staat
zijn om zelf de controle in de regio uit te oefenen. Dan is er alleen nog
sprake van militaire bijstand door de multinationale troepenmacht op verzoek
van de Irakezen.
De Nederlandse militairen in Irak hebben op 7 maart 2005 het commando
over de provincie Al-Muthanna overgedragen aan de Britten. Met de
bevelsoverdracht kwam een einde aan twintig maanden Nederlandse missie in
Irak, waaraan ruim 7000 militairen deelnamen.
De Nederlandse regering wil wel proportioneel bijdragen aan een NAVO-trainingsmissie. Doel van de missie is het opleiden en trainen van Iraakse leden van veiligheidsorganisaties. Het vertrek in maart 2005 betekent daarom niet het einde van de Nederlandse militaire betrokkenheid in Irak.